De onmogelijke spagaat voor potentiële Formule 1-coureurs
Het gold lange tijd als het laatste treetje naar de Formule 1: de
Formule 2 (eerder GP2 Series). Als je daar onderscheidende
prestaties liet zien, lag een F1-zitje wel voor de hand. De
afgelopen periode is dat echter niet meer altijd het geval. Mick
Schumacher was in 2020 de laatste F2-kampioen die meteen de
overstap naar de koningsklasse maakte, al zou hij na twee jaar bij
Haas (voorlopig) weer van de grid verdwijnen. 2020 lijkt nog niet
zo lang geleden, maar er zijn toch echt wel veranderingen waar te
nemen. Tien tot vijftien jaar terug was het heel normaal dat de
kampioen in een keer doorstootte naar de Formule 1. Neem
bijvoorbeeld Lewis Hamilton en Pastor Maldonado, die na hun titels
in 2006 en 2010 meteen naar McLaren en Williams overstapten. Dat
soort taferelen zijn in het huidige tijdperk niet meer zo
gebruikelijk. Nyck de Vries, Oscar Piastri, Felipe Drugovich en
Theo Pourchaire behoren tot de Formule 2-kampioenen van de laatste
vijf seizoenen, maar geen van hen stapte gelijk over naar de
Formule 1. Alfa Romeo-protegé Pourchaire sleepte dit jaar de titel
binnen en liep dus toch een Formule 1-zitje mis. De 20-jarige
Fransman is daar wel lichtjes gefrustreerd over, zo vertelt hij in
gesprek met onder meer RacingNews365. "Ik ben uiteraard
teleurgesteld, want het is mijn droom om in de Formule 1 te rijden
en wereldkampioen te worden. Helaas is er geen zitje vrij voor
2024. Het is oké, want ik ben twintig jaar oud en ik heb er
vertrouwen in dat ik in de toekomst op de grid sta. Na volgend jaar
hebben weinig coureurs een contract op zak, dus ik probeer mezelf
wel druk te houden." Pourchaire moet op zoek naar een geschikte
raceklasse En in die laatste opmerking zit precies de crux. Als je
eenmaal kampioen bent geworden in de Formule 2, is het niet meer
toegestaan om aan de klasse deel te nemen. Pourchaire moet dus
verplicht uitwijken, maar dat is helemaal niet zo gemakkelijk. Veel
raceklassen worden al snel gezien als een stap terug en kennen geen
deelnemersveld dat qua kwaliteit vergelijkbaar is met de Formule 2.
Misschien is de Super Formula in Japan, waar onder andere Liam
Lawson zijn ritme behield, een uitzondering. Pourchaire beaamt zelf
ook dat hij moet blijven racen. "Ik wil racen, omdat het goed is
voor mijn fysieke en mentale kracht om aan een kampioenschap deel
te nemen en de druk daarvan te voelen. Het is ook niet makkelijk om
naar de Formule 1 over te stappen als je een jaar niet hebt
geracet. Niets ligt vast, maar als ik naar de F1 wil, moet ik weer
winnen, kwalificaties rijden, in de regen rijden en auto's inhalen.
Dat is simpelweg heel belangrijk." Maar waarom is het tegenwoordig
zo ingewikkeld om vanuit de Formule 2 naar de Formule 1 over te
stappen? Allereerst zijn de huidige ontwikkeltrajecten van de
F1-teams een vloek en een zegen tegelijk. Qua coaching en
ontwikkeling is het the place to be om een complete coureur te
worden, maar je wedt ook op één paard. Neem de situatie van
Pourchaire: de Fransman is onderdeel van de Alfa Romeo-familie,
zonder grote en belangrijke contacten bij andere teams. Volgend
jaar blijven Valtteri Bottas en Guanyu Zhou actief bij het F1-team
en daarom valt Pourchaire buiten de boot. Andere teams hebben hun
eigen opleidingen, richten zich op die coureurs en maken dus ook
geen plekje vrij. Piastri zat na zijn F2-titel in 2021 in hetzelfde
schuitje als Pourchaire. De Australiër, nu coureur van McLaren, was
onderdeel van het Alpine-programma en stuitte op het feit dat
Fernando Alonso en Esteban Ocon als coureurs aanbleven. Als Alonso
geen overstap had gemaakt naar Aston Martin én Piastri bij Alpine
was gebleven, reed hij nu wellicht nog steeds niet in de Formule 1.
Commerciële belangen en zekerheid De voorbeelden van Pourchaire en
Piastri passen ook bij een ander dilemma. Formule 1-teams hebben
altijd al gekozen voor commerciële belangen. Coureurs die veel geld
in het laatje brengen, zijn zeer in trek. Met de huidige budget cap
is het een tikkeltje minder belangrijk geworden, maar desondanks
blijft het voor de financiën van een team fijn als sponsoren bereid
zijn om hun bijdragen te leveren. Jong talent krijgt daarom niet
altijd de kans. Een andere reden is zekerheid. Neem bijvoorbeeld
Haas. Voor het Amerikaanse team is het ontzettend belangrijk om de
auto te ontwikkelen, zodat er meer punten worden binnengehaald.
Kies je dan voor een ervaren coureur als Nico Hulkenberg, of een
talent uit de Formule 2? De keuze valt nu vrij vaak op de ervaren
man, omdat jonge rookies maar weinig mogelijkheden krijgen om
F1-auto's te testen. Natuurlijk wordt er wel ruimte voor
vrijgemaakt, maar heel veel tijd om technische kennis op te doen en
teams te overtuigen, is er niet. Wat het belangrijkste blijft? De
kwaliteit van het deelnemersveld en in hoeverre je je kunt
onderscheiden. Dat Piastri ooit in de Formule 1 ging rijden na zijn
Formule 2-titel, was eigenlijk wel een zekerheidje. De Australiër
werd namelijk kampioen in zijn eerste jaar en versloeg gelauwerde
namen als Zhou, Felipe Drugovich én Pourchaire. Laatstgenoemde
flikte het dus pas in zijn derde jaar. Of dat genoeg is om, met wat
vertraging hier en daar, de Formule 1 te bereiken, is nu nog niet
te zeggen. Wel lijkt het dus een stukje ingewikkelder te zijn
geworden... Verstappen ziet het probleem niet zo Max Verstappen
sprak zich eerder uit over dit onderwerp. "Als je talent hebt en je
bent een van de besten, dan kom je er wel. Hoe dan ook. Mensen die
zeggen dat het onmogelijk is, zijn vaak gewoon niet goed genoeg.
Dan hoor je dingen als: ik had geen geld of ik had hier en daar
pech. Al die excuses zie je dan voorbijkomen. Nee, dan ben je
gewoon niet goed genoeg. Zo simpel is het in mijn ogen. Natuurlijk
heb je sommige dingen niet in de hand en komen er bepaalde coureurs
in de Formule 1 die heel veel geld hebben. Maar de echte, echte
talenten komen er altijd. Er zijn heel veel goede rijders in de
wereld, die in de basis Formule 1 kunnen rijden, maar uiteindelijk
zijn het de toptalenten die het echt maken."
Formule 2 (eerder GP2 Series). Als je daar onderscheidende
prestaties liet zien, lag een F1-zitje wel voor de hand. De
afgelopen periode is dat echter niet meer altijd het geval. Mick
Schumacher was in 2020 de laatste F2-kampioen die meteen de
overstap naar de koningsklasse maakte, al zou hij na twee jaar bij
Haas (voorlopig) weer van de grid verdwijnen. 2020 lijkt nog niet
zo lang geleden, maar er zijn toch echt wel veranderingen waar te
nemen. Tien tot vijftien jaar terug was het heel normaal dat de
kampioen in een keer doorstootte naar de Formule 1. Neem
bijvoorbeeld Lewis Hamilton en Pastor Maldonado, die na hun titels
in 2006 en 2010 meteen naar McLaren en Williams overstapten. Dat
soort taferelen zijn in het huidige tijdperk niet meer zo
gebruikelijk. Nyck de Vries, Oscar Piastri, Felipe Drugovich en
Theo Pourchaire behoren tot de Formule 2-kampioenen van de laatste
vijf seizoenen, maar geen van hen stapte gelijk over naar de
Formule 1. Alfa Romeo-protegé Pourchaire sleepte dit jaar de titel
binnen en liep dus toch een Formule 1-zitje mis. De 20-jarige
Fransman is daar wel lichtjes gefrustreerd over, zo vertelt hij in
gesprek met onder meer RacingNews365. "Ik ben uiteraard
teleurgesteld, want het is mijn droom om in de Formule 1 te rijden
en wereldkampioen te worden. Helaas is er geen zitje vrij voor
2024. Het is oké, want ik ben twintig jaar oud en ik heb er
vertrouwen in dat ik in de toekomst op de grid sta. Na volgend jaar
hebben weinig coureurs een contract op zak, dus ik probeer mezelf
wel druk te houden." Pourchaire moet op zoek naar een geschikte
raceklasse En in die laatste opmerking zit precies de crux. Als je
eenmaal kampioen bent geworden in de Formule 2, is het niet meer
toegestaan om aan de klasse deel te nemen. Pourchaire moet dus
verplicht uitwijken, maar dat is helemaal niet zo gemakkelijk. Veel
raceklassen worden al snel gezien als een stap terug en kennen geen
deelnemersveld dat qua kwaliteit vergelijkbaar is met de Formule 2.
Misschien is de Super Formula in Japan, waar onder andere Liam
Lawson zijn ritme behield, een uitzondering. Pourchaire beaamt zelf
ook dat hij moet blijven racen. "Ik wil racen, omdat het goed is
voor mijn fysieke en mentale kracht om aan een kampioenschap deel
te nemen en de druk daarvan te voelen. Het is ook niet makkelijk om
naar de Formule 1 over te stappen als je een jaar niet hebt
geracet. Niets ligt vast, maar als ik naar de F1 wil, moet ik weer
winnen, kwalificaties rijden, in de regen rijden en auto's inhalen.
Dat is simpelweg heel belangrijk." Maar waarom is het tegenwoordig
zo ingewikkeld om vanuit de Formule 2 naar de Formule 1 over te
stappen? Allereerst zijn de huidige ontwikkeltrajecten van de
F1-teams een vloek en een zegen tegelijk. Qua coaching en
ontwikkeling is het the place to be om een complete coureur te
worden, maar je wedt ook op één paard. Neem de situatie van
Pourchaire: de Fransman is onderdeel van de Alfa Romeo-familie,
zonder grote en belangrijke contacten bij andere teams. Volgend
jaar blijven Valtteri Bottas en Guanyu Zhou actief bij het F1-team
en daarom valt Pourchaire buiten de boot. Andere teams hebben hun
eigen opleidingen, richten zich op die coureurs en maken dus ook
geen plekje vrij. Piastri zat na zijn F2-titel in 2021 in hetzelfde
schuitje als Pourchaire. De Australiër, nu coureur van McLaren, was
onderdeel van het Alpine-programma en stuitte op het feit dat
Fernando Alonso en Esteban Ocon als coureurs aanbleven. Als Alonso
geen overstap had gemaakt naar Aston Martin én Piastri bij Alpine
was gebleven, reed hij nu wellicht nog steeds niet in de Formule 1.
Commerciële belangen en zekerheid De voorbeelden van Pourchaire en
Piastri passen ook bij een ander dilemma. Formule 1-teams hebben
altijd al gekozen voor commerciële belangen. Coureurs die veel geld
in het laatje brengen, zijn zeer in trek. Met de huidige budget cap
is het een tikkeltje minder belangrijk geworden, maar desondanks
blijft het voor de financiën van een team fijn als sponsoren bereid
zijn om hun bijdragen te leveren. Jong talent krijgt daarom niet
altijd de kans. Een andere reden is zekerheid. Neem bijvoorbeeld
Haas. Voor het Amerikaanse team is het ontzettend belangrijk om de
auto te ontwikkelen, zodat er meer punten worden binnengehaald.
Kies je dan voor een ervaren coureur als Nico Hulkenberg, of een
talent uit de Formule 2? De keuze valt nu vrij vaak op de ervaren
man, omdat jonge rookies maar weinig mogelijkheden krijgen om
F1-auto's te testen. Natuurlijk wordt er wel ruimte voor
vrijgemaakt, maar heel veel tijd om technische kennis op te doen en
teams te overtuigen, is er niet. Wat het belangrijkste blijft? De
kwaliteit van het deelnemersveld en in hoeverre je je kunt
onderscheiden. Dat Piastri ooit in de Formule 1 ging rijden na zijn
Formule 2-titel, was eigenlijk wel een zekerheidje. De Australiër
werd namelijk kampioen in zijn eerste jaar en versloeg gelauwerde
namen als Zhou, Felipe Drugovich én Pourchaire. Laatstgenoemde
flikte het dus pas in zijn derde jaar. Of dat genoeg is om, met wat
vertraging hier en daar, de Formule 1 te bereiken, is nu nog niet
te zeggen. Wel lijkt het dus een stukje ingewikkelder te zijn
geworden... Verstappen ziet het probleem niet zo Max Verstappen
sprak zich eerder uit over dit onderwerp. "Als je talent hebt en je
bent een van de besten, dan kom je er wel. Hoe dan ook. Mensen die
zeggen dat het onmogelijk is, zijn vaak gewoon niet goed genoeg.
Dan hoor je dingen als: ik had geen geld of ik had hier en daar
pech. Al die excuses zie je dan voorbijkomen. Nee, dan ben je
gewoon niet goed genoeg. Zo simpel is het in mijn ogen. Natuurlijk
heb je sommige dingen niet in de hand en komen er bepaalde coureurs
in de Formule 1 die heel veel geld hebben. Maar de echte, echte
talenten komen er altijd. Er zijn heel veel goede rijders in de
wereld, die in de basis Formule 1 kunnen rijden, maar uiteindelijk
zijn het de toptalenten die het echt maken."
