Hoe Toyota haar vorige ambitieuze F1-plan zag mislukken

Het is dan eindelijk officieel: Toyota keert na vijftien jaar terug
in de Formule 1 en zal een samenwerking aangaan met Haas. De
Japanse fabrikant zal een rol als 'technisch partner' op zich nemen
en zal de komende jaren 'ontwerp-, technische en productiediensten'
leveren. Projectmanager Masaya Kaji maakte vooral duidelijk dat
Toyota niet terug zal keren als fabrieksauto en de Japanse
fabrikant zal zich ook niet bezig gaan houden met het ontwerpen van
een motor voor 2026, maar dat neemt niet weg dat het de terugkeer
van Toyota een bijzonder moment is voor de Formule 1.  De
technische samenwerking met Haas zal onder de tak van Toyota Gazoo
Racing (TGR) komen te vallen, waar de fabrikant de afgelopen jaren
al meerdere autosportsuccessen mee heeft geboekt. Denk hierbij
bijvoorbeeld aan de prachtige prestaties tijdens de 24 Uur van Le
Mans, maar ook aan verschillende World Rally-titels voor rijders én
constructeurs. Toch lijken de plannen van Toyota een stuk
uitgebreider te zijn dan ze in eerste instantie lijken te zijn,
blijkt wel uit de statements van TGR-president Tomoya Takahashi. 
"Door met Haas samen te werken en met hen deel te nemen in de
koningsklasse van de autosport, hopen we coureurs, engineers en
monteurs op te leiden terwijl we ook de capaciteiten van Haas en
Toyota Gazoo Racing versterken. We streven ernaar een bijdrage te
leveren aan de autosport en de auto-industrie", zo sprak Takahashi
na de aankondiging van de samenwerking met Haas. Het was bovenal
een belangrijk statement van de TGR-president, want de ervaring die
Toyota vijftien jaar geleden op heeft gedaan in de Formule 1 is in
2024 niet langer relevant. De huidige generatie engineers en
ontwerpers van Toyota hebben geen ervaring met het ontwikkelen van
een Grand Prix-bolide, dus daar wil de Japanse fabrikant graag aan
werken. Daarbij zijn ze ook van plan een programma op te richten
voor het testen van oudere auto's, een Testing of Previous Cars
(TPC), om zo de eigen coureurs op weg te helpen met ervaring in de
Formule 1.  De grootste autogigant ter wereld begint niet zomaar
aan een operatie van dit formaat, dus toont de stand van zaken wel
degelijk aan dat Toyota echt op weg is om zich serieus te storten
op dit nieuwe avontuur. In tegenstelling tot haar vorige poging in
de Formule 1, welke vijftien jaar geleden dus ten einde kwam, lijkt
de Japanse fabrikant het nu in ieder geval beter voor elkaar te
hebben dan toen.  Waar het allemaal begon Toyota's periode als
fabrieksteam begon in 2002, maar kwam in 2009 al ten einde toen
bleek dat het team niet in staat was prestaties te leveren die de
investeringen en verwachtingen konden weerspiegelen. Toyota begon
in 2002 echter al met een achterstand door de nieuwe technische
reglementen, die het gebruik van V10-motoren een verplichting
maakten. De V12, die op dat moment volop ontwikkeld werd, kon
daardoor naar de prullenbak en dus had Toyota en nieuw design
nodig.  Het plan om in 2001 al toe te treden was daardoor al snel
van tafel, maar Toyota wist dat extra jaar goed te benutten door de
testkilometers flink op te voeren. Teams konden toentertijd nog
ongelimiteerd testen en daardoor slaagde Toyota erin om de 20,000
kilometer aan te tikken met haar eerste bolide. De Japanse
fabrikant zou 2002 vervolgens willen gebruiken als leerjaar, maar
toen het team het seizoen uiteindelijk afsloot met maar twee punten
op zak, waarvan één gescoord tijdens de seizoensopener in Melbourne
waar zo ongeveer alles fout ging in bocht één, krabde men zich toch
achter de oren.  De bolide van 2002 miste flink wat downforce en
Toyota was niet in staat veel upgrades mee te brengen gedurende het
jaar, waardoor men zich al snel richtte op 2003. Het Japanse team
begon met een nieuw rijdersduo en een nieuwe dosis vertrouwen aan
dat seizoen en met succes, want in Duitsland kon het team rekenen
op een vijfde en zesde plek. Van de tiende plek in het
kampioenschap klommen ze op naar P8, maar in vergelijking met de
concurrentie bleven de resultaten toch achter.  De komst van Mike
Gascoyne, voormalig engineer van Jorden en Benetton, zou een welkom
keerpunt moeten zijn, al gingen er toch flink wat moeilijkheden aan
vooraf. Toyota hechtte namelijk veel waarde aan bepaalde principes
die pasten binnen de cultuur van de Japanse fabrikant, zoals het
langzaam nemen van beslissingen op basis van consensus en het in
rap tempo implementeren van de genomen besluiten, maar ook de
voorkeur voor kwaliteit boven het zoeken naar oplossingen voor
problemen was voor de Japanse fabrikant erg belangrijk.  Toch kwam
Toyota er vrij snel achter dat die aanpak in de Formule 1 totaal
niet werkt. Tijd is namelijk schaars in de koningsklasse van de
autosport, dus zal een autofabrikant zich aan moeten passen aan de
werkwijze die binnen de Formule 1 toch echt noodzakelijk is. Dat
keerpunt, waar Toyota zo op hoopte met de komst van Gascoyne,
volgde dan al snel en in 2005 zou de Japanse fabrikant haar beste
seizoen in de Formule 1 beleven.  Een nieuw begin Toyota wist in
2005 dus nog flink te verrassen met vijf podiumplekken en een
poleposition, maar raakte dat momentum al vrij snel kwijt in 2006.
In dat jaar besloot de Formule 1 dat de V10-motoren plaats moesten
maken voor V8-varianten, maar aan Toyota's probleem lag toch een
andere oorzaak ten grondslag. Het team gebruikte namelijk
Michelin-banden en paste de volledige bolide aan op het gebruik van
dat rubber, maar de Japanse fans waren unaniem van mening dat een
Japans team gebruik moest maken van banden ontworpen door een
Japanse fabrikant. En dus stapte Toyota vanaf 2006 over op
Bridgestone, al liep dat dus niet geheel volgens plan. De banden
van Bridgestone sloten namelijk niet aan op de auto die Toyota de
jaren daarvoor gebouwd had en dat veroorzaakte problemen in met de
ophanging, waardoor het team van de vierde plek afzakte naar een
zesde stek in het constructeurskampioenschap. 2007 zou vervolgens
een jaar zonder podiumplekken worden, al zag het er in 2008 weer
iets beter uit. Toyota leek weer stappen in de juiste richting te
zetten en wilde als een van drie teams met een dubbele diffuser op
de grid verschijnen in 2009.  Dat pakte in eerste instantie goed
uit en leverde het team nog een poleposition op in 2009, maar een
strategische misser zorgde ervoor dat ze die eerste startpositie
niet konden verzilveren. In Suzuka zat er nog wel een tweede plek
in voor het Japanse team, wat uiteraard een prachtig resultaat was
op eigen bodem en voor het eigen thuispubliek. Maar toen meerdere
fabrikanten, waaronder Honda en BMW, zich in 2009 terugtrokken uit
de Formule 1, was Toyota snel geneigd het voorbeeld van de
concurrentie te volgen. De bolide voor 2010 stond al wel klaar,
maar zou ondanks alle hoge verwachtingen nooit in actie komen
tijdens een race. Na vijftien jaar afwezigheid zal de naam van
Toyota dus weer te zien zijn in de Formule 1, al is er geen sprake
van een terugkeer. "Mijn vraag aan de media: laten we niet spreken
van een terugkeer. Het zou mooi zijn om juist headlines te zien die
de Japanse kinderen inspireren om juist te dromen over het feit dat
zij ook ooit in de snelste auto's ter wereld kunnen racen", aldus
voorzitter Akio Toyoda.  Toyota is sinds het nieuws officieel naar
buiten is gekomen telkens duidelijk geweest over de intentie: het
gaat hier niet om een volledige terugkeer, maar juist om een
samenwerking. Toyota wil de volgende generatie Japanse fans juist
inspireren: "Ergens, diep in mijn hart, heeft de gewone,
auto-liefhebbende Akio Toyoda er altijd spijt van gehad dat we de
weg voor de komende generaties Japanse talenten geblokkeerd hebben
door ons terug te trekken uit de Formule 1." Toyoda wil daar nu dus
verandering in brengen, maar zal dat nu proberen door een andere
weg te bewandelen. 

Top Headlines

Oudere Top Headlines