F1-schandalen: als fans blikjes bier op de baan gooien
Het verhaal van de Formule 1 Grand Prix van de Verenigde Staten in
2005 mag bekend zijn. Het is de race die die boeken ingaat als de
race met slechts zes deelnemers, allemaal startend op
Bridgestone-banden. De grote concurrent van Bridgestone, Michelin,
is dat seizoen uiterst dominant. Op de Indianapolis Motor Speedway
echter verkijken de Fransen zich lelijk op de kombocht van het
circuit en dan met name op de krachten die daarbij op de band komen
te staan. Dat wordt eens te meer en vooral pijnlijk duidelijk als
Ralf Schumacher in de tweede vrije training de controle over zijn
Toyota verliest, ogenschijnlijk nadat de band linksachter het op
had gegeven. Als na de sessie ook bij Michelin-gebruikers van
andere teams gevaarlijke sporen in de banden gevonden worden, gaan
alle alarmbellen rinkelen. Michelin maakt duidelijk dat hun banden
niet bestand zijn tegen de krachten van de kombocht en adviseert
alle Michelin-teams niet te racen op de baan zoals hij is. Er wordt
gesproken over het inbouwen van een tijdelijke chicane vóór de
kombocht, maar daar wil met name FIA-kopstuk Charlie Whiting zijn
vingers niet aan branden. Immers, dat zou niet de configuratie zijn
van de baan die gehomologeerd is. Mocht er iets gebeuren in die
chicane, dan lag zijn hoofd op het hakblok. Ook andere suggesties,
zoals het steeds door de pitlane rijden of het inschakelen van de
pit limiter in de kombocht, komen er niet door. Onderling zijn alle
teams het erover eens dat er niet geracet wordt als die bewuste
chicane niet wordt ingebouwd, op één team na: Ferrari. De Scuderia
is, misschien niet geheel onterecht, van mening dat problemen van
andere teams niet het probleem van Ferrari zijn. En dus wordt er
wel gewoon gestart. Twintig coureurs vangen de opwarmronde aan,
slechts zes coureurs zien we na één ronde terug op de startgrid.
Het zijn de beide Ferrari's, de beide Jordans en de beide Minardi's
van onder andere Christijan Albers. De Michelin-coureurs draaien
massaal rechtsaf de pits in. Vanaf de tribunes stijgt een luid
boegeroep op. De F1 was bezig te proberen vaste voet aan de grond
te krijgen in Amerika, maar de echte die hards die toen al langs de
baan zaten, kregen een schijnvertoning voorgeschoteld. Ze uiten hun
onvrede door blikjes bier en flesjes water op de baan te gooien,
hetgeen bijna nog reden is om de race stil te leggen. De race wordt
gewonnen door Michael Schumacher. Het zou de enige overwinning van
Ferrari dat jaar zijn. Rubens Barrichello wordt tweede, terwijl
Tiago Monteiro voor Jordan derde wordt. In een tijd dat Minardi
soms wat speldenprikjes uit kan delen in de achterhoede, moet
Albers genoegen nemen met P5. Het zouden zijn eerste en enige
WK-punten in de Formule 1 blijken te zijn.
2005 mag bekend zijn. Het is de race die die boeken ingaat als de
race met slechts zes deelnemers, allemaal startend op
Bridgestone-banden. De grote concurrent van Bridgestone, Michelin,
is dat seizoen uiterst dominant. Op de Indianapolis Motor Speedway
echter verkijken de Fransen zich lelijk op de kombocht van het
circuit en dan met name op de krachten die daarbij op de band komen
te staan. Dat wordt eens te meer en vooral pijnlijk duidelijk als
Ralf Schumacher in de tweede vrije training de controle over zijn
Toyota verliest, ogenschijnlijk nadat de band linksachter het op
had gegeven. Als na de sessie ook bij Michelin-gebruikers van
andere teams gevaarlijke sporen in de banden gevonden worden, gaan
alle alarmbellen rinkelen. Michelin maakt duidelijk dat hun banden
niet bestand zijn tegen de krachten van de kombocht en adviseert
alle Michelin-teams niet te racen op de baan zoals hij is. Er wordt
gesproken over het inbouwen van een tijdelijke chicane vóór de
kombocht, maar daar wil met name FIA-kopstuk Charlie Whiting zijn
vingers niet aan branden. Immers, dat zou niet de configuratie zijn
van de baan die gehomologeerd is. Mocht er iets gebeuren in die
chicane, dan lag zijn hoofd op het hakblok. Ook andere suggesties,
zoals het steeds door de pitlane rijden of het inschakelen van de
pit limiter in de kombocht, komen er niet door. Onderling zijn alle
teams het erover eens dat er niet geracet wordt als die bewuste
chicane niet wordt ingebouwd, op één team na: Ferrari. De Scuderia
is, misschien niet geheel onterecht, van mening dat problemen van
andere teams niet het probleem van Ferrari zijn. En dus wordt er
wel gewoon gestart. Twintig coureurs vangen de opwarmronde aan,
slechts zes coureurs zien we na één ronde terug op de startgrid.
Het zijn de beide Ferrari's, de beide Jordans en de beide Minardi's
van onder andere Christijan Albers. De Michelin-coureurs draaien
massaal rechtsaf de pits in. Vanaf de tribunes stijgt een luid
boegeroep op. De F1 was bezig te proberen vaste voet aan de grond
te krijgen in Amerika, maar de echte die hards die toen al langs de
baan zaten, kregen een schijnvertoning voorgeschoteld. Ze uiten hun
onvrede door blikjes bier en flesjes water op de baan te gooien,
hetgeen bijna nog reden is om de race stil te leggen. De race wordt
gewonnen door Michael Schumacher. Het zou de enige overwinning van
Ferrari dat jaar zijn. Rubens Barrichello wordt tweede, terwijl
Tiago Monteiro voor Jordan derde wordt. In een tijd dat Minardi
soms wat speldenprikjes uit kan delen in de achterhoede, moet
Albers genoegen nemen met P5. Het zouden zijn eerste en enige
WK-punten in de Formule 1 blijken te zijn.
