Bizar FIA-voorstel stuit op felle weerstand uit F1
In de geschiedenis van de Formule 1 zijn er heel wat vreemde regels
doorgevoerd. Dubbele punten voor de laatste race. Een regel dat je
maar één band (niet een setje banden, slechts één band) per race
mag vervangen. Een systeem waarbij alleen je beste paar resultaten
tellen. Maar al die regels vallen in het niet bij een idee dat de
FIA in 2006 opperde. Op 15 februari van dat jaar maakte de FIA de
regels van het nieuwe seizoen bekend. De V8-motor maakte zijn
debuut en het kwalificatiesysteem dat we vandaag de dag nog steeds
kennen werd ook geïntroduceerd. Maar tussen allemaal positieve
veranderingen had FIA-president Max Mosley een radicaal idee
verstopt. Geïnspireerd door voetbal en andere sporten stelde Mosley
namelijk een degradatiesysteem voor. Volgens de Brit zou dit zorgen
voor een gezonde doorstroom en felle concurrentie in de Formule 1.
Het idee was dat de teams die ondermaats presteerden teruggezet
zouden worden naar de GP2, de competitie die op dat moment de rol
vervulde van de huidige Formule 2. Het winnende team in de GP2 zou
die plek in de Formule 1 dan innemen. Dat was niet het enige wat
Mosley door probeerde te voeren. Hij wilde namelijk ook een einde
maken aan 'sluiproutes' voor coureurs en het verplicht maken dat
iedereen die in de Formule 1 wil komen eerst door de GP2 heen
moest. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat de route die Max
Verstappen een kleine tien jaar later zou nemen niet toegestaan
was. "We hebben dit systeem nodig", zei Mosley destijds. "Wat er
zou moeten gebeuren, en we zijn nog lang niet zover dat we dit
hebben uitgezocht, is dat we een feeder-klasse voor de F1 moeten
hebben, een soort F3000/GP2, maar dan goed gereguleerd voor dit
doel. Vervolgens zeggen we dat iedereen die een superlicentie wil,
via die klasse moet komen - er zijn geen sluiproutes meer, behalve
voor echte ex-F1-coureurs. Zo krijgen we een soort systeem waarbij
de beste F1-teams de kans krijgen om hogerop te komen en de
slechtste moeten overwegen om een klasse lager te gaan." Stortvloed
aan kritiek Dit klinkt misschien op papier nog enigszins plausibel,
maar in de realiteit is er een hele wereld aan verschil tussen de
Formule 1 en de lagere klassen, zelfs tegenwoordig nog. Een F1-team
heeft tientallen, zo niet honderden, medewerkers meer dan een
F2-team. De kosten liggen vele malen hoger. Teams in lagere klassen
hebben vaak niet de juist faciliteiten en infrastructuur, zoals
bijvoorbeeld een eigen windtunnel of een goede chassis-fabriek. En
er zouden dan elk jaar nieuwe deals met motorleveranciers moeten
worden gesloten. Het was dan ook geen verrassing dat dit idee van
Mosley een stortvloed aan kritiek over zich heen kreeg. De teams
waarschuwden dat een team dat degradeert waarschijnlijk alle
sponsoren ook kwijt zou raken en daarmee in een negatieve
financiële spiraal zou komen. En aangezien we het hier hebben over
een periode ver voor de budgetcap, konden de teams zoveel geld
uitgeven als ze maar wilden. Toyota zou bijvoorbeeld twee jaar
later ruim 400 miljoen uitgeven. Mosley had daar echter een
oplossing voor: wat nou als de andere teams gewoon wat minder geld
krijgen? "Een deel van het budget van het team dat van Bernie
Ecclestone (toenmalig baas van de F1) komt, zal vrij hoog zijn. Hij
verdubbelt in feite wat hij het team geeft. Als we hem zover kunnen
krijgen dat hij het geld eerlijker verdeelt of zelfs de achterste
teams meer bevoordeelt - want dat is wat je zou doen als je het
systeem rationeel zou beheren - zouden de kleinere teams in feite
meer geld krijgen dan de succesvolle teams." Niet geheel verrassend
viel dit plan niet in goede aarde bij de bestaande F1-teams. De
situatie is nooit van de grond gekomen.
doorgevoerd. Dubbele punten voor de laatste race. Een regel dat je
maar één band (niet een setje banden, slechts één band) per race
mag vervangen. Een systeem waarbij alleen je beste paar resultaten
tellen. Maar al die regels vallen in het niet bij een idee dat de
FIA in 2006 opperde. Op 15 februari van dat jaar maakte de FIA de
regels van het nieuwe seizoen bekend. De V8-motor maakte zijn
debuut en het kwalificatiesysteem dat we vandaag de dag nog steeds
kennen werd ook geïntroduceerd. Maar tussen allemaal positieve
veranderingen had FIA-president Max Mosley een radicaal idee
verstopt. Geïnspireerd door voetbal en andere sporten stelde Mosley
namelijk een degradatiesysteem voor. Volgens de Brit zou dit zorgen
voor een gezonde doorstroom en felle concurrentie in de Formule 1.
Het idee was dat de teams die ondermaats presteerden teruggezet
zouden worden naar de GP2, de competitie die op dat moment de rol
vervulde van de huidige Formule 2. Het winnende team in de GP2 zou
die plek in de Formule 1 dan innemen. Dat was niet het enige wat
Mosley door probeerde te voeren. Hij wilde namelijk ook een einde
maken aan 'sluiproutes' voor coureurs en het verplicht maken dat
iedereen die in de Formule 1 wil komen eerst door de GP2 heen
moest. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat de route die Max
Verstappen een kleine tien jaar later zou nemen niet toegestaan
was. "We hebben dit systeem nodig", zei Mosley destijds. "Wat er
zou moeten gebeuren, en we zijn nog lang niet zover dat we dit
hebben uitgezocht, is dat we een feeder-klasse voor de F1 moeten
hebben, een soort F3000/GP2, maar dan goed gereguleerd voor dit
doel. Vervolgens zeggen we dat iedereen die een superlicentie wil,
via die klasse moet komen - er zijn geen sluiproutes meer, behalve
voor echte ex-F1-coureurs. Zo krijgen we een soort systeem waarbij
de beste F1-teams de kans krijgen om hogerop te komen en de
slechtste moeten overwegen om een klasse lager te gaan." Stortvloed
aan kritiek Dit klinkt misschien op papier nog enigszins plausibel,
maar in de realiteit is er een hele wereld aan verschil tussen de
Formule 1 en de lagere klassen, zelfs tegenwoordig nog. Een F1-team
heeft tientallen, zo niet honderden, medewerkers meer dan een
F2-team. De kosten liggen vele malen hoger. Teams in lagere klassen
hebben vaak niet de juist faciliteiten en infrastructuur, zoals
bijvoorbeeld een eigen windtunnel of een goede chassis-fabriek. En
er zouden dan elk jaar nieuwe deals met motorleveranciers moeten
worden gesloten. Het was dan ook geen verrassing dat dit idee van
Mosley een stortvloed aan kritiek over zich heen kreeg. De teams
waarschuwden dat een team dat degradeert waarschijnlijk alle
sponsoren ook kwijt zou raken en daarmee in een negatieve
financiële spiraal zou komen. En aangezien we het hier hebben over
een periode ver voor de budgetcap, konden de teams zoveel geld
uitgeven als ze maar wilden. Toyota zou bijvoorbeeld twee jaar
later ruim 400 miljoen uitgeven. Mosley had daar echter een
oplossing voor: wat nou als de andere teams gewoon wat minder geld
krijgen? "Een deel van het budget van het team dat van Bernie
Ecclestone (toenmalig baas van de F1) komt, zal vrij hoog zijn. Hij
verdubbelt in feite wat hij het team geeft. Als we hem zover kunnen
krijgen dat hij het geld eerlijker verdeelt of zelfs de achterste
teams meer bevoordeelt - want dat is wat je zou doen als je het
systeem rationeel zou beheren - zouden de kleinere teams in feite
meer geld krijgen dan de succesvolle teams." Niet geheel verrassend
viel dit plan niet in goede aarde bij de bestaande F1-teams. De
situatie is nooit van de grond gekomen.
