Coronel neemt grote Red Bull-naam op sleeptouw: "Op de bumper!"
Duinen, duinen en nog eens duinen, dat was de zesde etappe van de
Dakar Rally in een notendop. Zo ook voor Tim en Tom Coronel, die
zonder problemen aan de finish kwamen. Dat deden ze als 37e. Ze
moesten uiteindelijk ruim 40 minuten toegeven op Nasser Al-Attiyah,
die de etappe op zijn naam schreef. Tom Coronel reageert als volgt
op de etappe. "Het was een mooie stage. Het waren flinke duinen, al
waren ze heel zacht. We hadden er twee waar we niet eens bovenop
konden komen, en twee waar we omheen zijn gereden. Ik weet zeker
dat veel mensen daar moeite mee hebben gehad. We hebben een
probleemloze stage gehad. We hebben nooit uit hoeven te stappen,
hebben geen lekke banden gehad en hebben geen problemen met de auto
gehad." "Alles voelde heel erg goed. We hebben eigenlijk de hele
tijd samen gereden met de welbekende Mark (Mateschitz, zoon van
mede-Red Bull-oprichter Dietrich Mateschitz), dus dat super lachen.
Dan reed hij weer voorop, en dan wij weer. Ik denk dat hij 80
procent van de stage op onze bumper heeft gezeten." "En we hebben
aan het einde, de laatste vier kilometer, nog een race gehad. Dat
was mooi, met een mannetje of vier, vijf. En die hadden we mooi te
pakken. Dat was even lachen. Ik denk dat dit wel de stages zijn
waarin we thuishoren. De mensen om ons heen hadden allemaal een
beetje dezelfde snelheid. Dat ziet er dus heel erg goed uit, ik ben
er heel erg blij mee." 'Hoe lang nog?' Dan komt ook Tim Coronel nog
aan het woord. "Wauw, mooie stage! Duinen, duinen en nog eens
duinen. Op een gegeven moment was ik het wel zat. Toen vroeg ik nog
aan Tom: hoe lang nog? In het begin kon ik nog niet helemaal het
ritme vinden, maar ik voel me eigenlijk wel heel goed." "Het was
een moeilijke stage, maar het was genieten. We zijn op weg naar het
bivak, en morgen even lekker een rustdag. En dat terwijl we
eigenlijk net een beetje op gang beginnen te komen. Maar waarom
niet, we zijn er toch nog wel even!" Het laatste woord is nog voor
Tom. "Wat nog grappig was: na 200 kilometer begon Tim een beetje te
mopperen over de duinen. Hij zei: 'ik ben er wel klaar mee'. En
toen zei ik: 'je bent pas net over de helft!' Maar het waren mooie
duinen, met een goed ritme. Al zaten er ook een paar gemene joekels
tussen. En er was ook heel veel publiek in de duinen", zegt hij tot
slot.
Dakar Rally in een notendop. Zo ook voor Tim en Tom Coronel, die
zonder problemen aan de finish kwamen. Dat deden ze als 37e. Ze
moesten uiteindelijk ruim 40 minuten toegeven op Nasser Al-Attiyah,
die de etappe op zijn naam schreef. Tom Coronel reageert als volgt
op de etappe. "Het was een mooie stage. Het waren flinke duinen, al
waren ze heel zacht. We hadden er twee waar we niet eens bovenop
konden komen, en twee waar we omheen zijn gereden. Ik weet zeker
dat veel mensen daar moeite mee hebben gehad. We hebben een
probleemloze stage gehad. We hebben nooit uit hoeven te stappen,
hebben geen lekke banden gehad en hebben geen problemen met de auto
gehad." "Alles voelde heel erg goed. We hebben eigenlijk de hele
tijd samen gereden met de welbekende Mark (Mateschitz, zoon van
mede-Red Bull-oprichter Dietrich Mateschitz), dus dat super lachen.
Dan reed hij weer voorop, en dan wij weer. Ik denk dat hij 80
procent van de stage op onze bumper heeft gezeten." "En we hebben
aan het einde, de laatste vier kilometer, nog een race gehad. Dat
was mooi, met een mannetje of vier, vijf. En die hadden we mooi te
pakken. Dat was even lachen. Ik denk dat dit wel de stages zijn
waarin we thuishoren. De mensen om ons heen hadden allemaal een
beetje dezelfde snelheid. Dat ziet er dus heel erg goed uit, ik ben
er heel erg blij mee." 'Hoe lang nog?' Dan komt ook Tim Coronel nog
aan het woord. "Wauw, mooie stage! Duinen, duinen en nog eens
duinen. Op een gegeven moment was ik het wel zat. Toen vroeg ik nog
aan Tom: hoe lang nog? In het begin kon ik nog niet helemaal het
ritme vinden, maar ik voel me eigenlijk wel heel goed." "Het was
een moeilijke stage, maar het was genieten. We zijn op weg naar het
bivak, en morgen even lekker een rustdag. En dat terwijl we
eigenlijk net een beetje op gang beginnen te komen. Maar waarom
niet, we zijn er toch nog wel even!" Het laatste woord is nog voor
Tom. "Wat nog grappig was: na 200 kilometer begon Tim een beetje te
mopperen over de duinen. Hij zei: 'ik ben er wel klaar mee'. En
toen zei ik: 'je bent pas net over de helft!' Maar het waren mooie
duinen, met een goed ritme. Al zaten er ook een paar gemene joekels
tussen. En er was ook heel veel publiek in de duinen", zegt hij tot
slot.
