F1-coureur 'bezit' Verstappen-eigenschap: "Dat is een voordeel voor mij"
Max Verstappen staat erom bekend graag te rijden in een auto met
een scherpe insturende voorkant en lossere achterkant. Aan de ene
kant maakt dat de auto in potentie sneller, omdat de snelheid door
de bochten hoger kan zijn. Aan de andere kant zorgt het voor
instabiliteit aan de achterkant van de wagen. Vooral dat laatste
zorgt ervoor dat veel coureurs kiezen voor een stabielere bolide.
Toch zijn er andere coureurs op de grid die, net als Verstappen,
liever een oversturende auto hebben. Eén daarvan is naar eigen
zeggen Oliver Bearman. De Brit is daarmee misschien wel dé coureur
die qua rijstijl het meest te vergelijken is met Verstappen. In
gesprek met The Race gaat hij in op zijn vermogen om met een
instabiele achterkant te rijden. "Dat is een terechte beoordeling.
Ik geef de voorkeur aan een auto die positiever aanvoelt, die meer
reageert aan de voorkant. Over het algemeen kan ik meer rondetijd
winnen met een auto die zich zo gedraagt, dus dat is een voordeel
voor mij. Vaak kijken mijn engineers naar de data en zijn ze
verbaasd over hoeveel instabiliteit ik aan de achterkant kan
'wegsturen'. Maar zo moet je met deze auto’s rijden om er
prestaties uit te halen. Het sleutelwoord is aanpassingsvermogen."
"Er zijn momenten geweest waarop de auto iets te veel op het randje
zat en ik een stap terug moest doen in hoe ik hem afstelde, omdat
ik merk dat deze auto (Haas VF-25), vooral nu we meer performance
hebben gevonden, behoorlijk gevoelig is voor wind en wat
inconsistent in wisselende omstandigheden." "Aan de ene kant is dat
dus positief, maar aan de andere kant kan ik het niet volledig
benutten, omdat de auto nogal sterk reageert in het verkeer. Als
het werkt, is de auto erg snel, maar hij zit altijd een beetje op
het randje." 'Daarom is Max zo geweldig' Haas-teambaas Ayao Komatsu
sluit zich aan bij de woorden van Bearman en ziet daarin een
duidelijk voordeel voor zijn jonge pupil. De Japanner benadrukt dat
absolute stabiliteit niet per definitie leidt tot snelheid. "Als
een auto voor honderd procent stabiel is, kun je hem niet laten
draaien. Dan ga je alleen maar rechtdoor. Om de auto te laten
roteren, moet je hem juist minder stabiel maken." Komatsu haalt
vervolgens Max Verstappen aan als het ultieme voorbeeld. "Daarom is
Max zo geweldig: hij kan rijden met, laten we zeggen, de minste
stabiliteit, maar is tegelijkertijd ongelooflijk nauwkeurig. Onder
alle omstandigheden, op elk circuit en met elk type banden. Dat is
echt ongelooflijk." Volgens Komatsu zit Bearman qua rijstijl
duidelijk in dezelfde richting, al is het verschil met Verstappen
nog groot. "Ollie neigt zeker meer die kant op dan coureurs als
Esteban Ocon en Nico Hülkenberg, omdat hij in staat is om die
ultieme prestatie over één rondje eruit te halen. Dat is
indrukwekkend." Tot slot nuanceert de Haas-teambaas de vergelijking
met de viervoudig wereldkampioen. "Ollie kan omgaan met aanzienlijk
minder stabiliteit dan veel andere coureurs. Ik kan me voorstellen
dat Max datzelfde kan, maar dan in extreme mate. Ik heb nooit met
Max gewerkt, dus ik weet niet precies waar zijn grens ligt, maar ik
stel me voor dat hij echt extreem is."
een scherpe insturende voorkant en lossere achterkant. Aan de ene
kant maakt dat de auto in potentie sneller, omdat de snelheid door
de bochten hoger kan zijn. Aan de andere kant zorgt het voor
instabiliteit aan de achterkant van de wagen. Vooral dat laatste
zorgt ervoor dat veel coureurs kiezen voor een stabielere bolide.
Toch zijn er andere coureurs op de grid die, net als Verstappen,
liever een oversturende auto hebben. Eén daarvan is naar eigen
zeggen Oliver Bearman. De Brit is daarmee misschien wel dé coureur
die qua rijstijl het meest te vergelijken is met Verstappen. In
gesprek met The Race gaat hij in op zijn vermogen om met een
instabiele achterkant te rijden. "Dat is een terechte beoordeling.
Ik geef de voorkeur aan een auto die positiever aanvoelt, die meer
reageert aan de voorkant. Over het algemeen kan ik meer rondetijd
winnen met een auto die zich zo gedraagt, dus dat is een voordeel
voor mij. Vaak kijken mijn engineers naar de data en zijn ze
verbaasd over hoeveel instabiliteit ik aan de achterkant kan
'wegsturen'. Maar zo moet je met deze auto’s rijden om er
prestaties uit te halen. Het sleutelwoord is aanpassingsvermogen."
"Er zijn momenten geweest waarop de auto iets te veel op het randje
zat en ik een stap terug moest doen in hoe ik hem afstelde, omdat
ik merk dat deze auto (Haas VF-25), vooral nu we meer performance
hebben gevonden, behoorlijk gevoelig is voor wind en wat
inconsistent in wisselende omstandigheden." "Aan de ene kant is dat
dus positief, maar aan de andere kant kan ik het niet volledig
benutten, omdat de auto nogal sterk reageert in het verkeer. Als
het werkt, is de auto erg snel, maar hij zit altijd een beetje op
het randje." 'Daarom is Max zo geweldig' Haas-teambaas Ayao Komatsu
sluit zich aan bij de woorden van Bearman en ziet daarin een
duidelijk voordeel voor zijn jonge pupil. De Japanner benadrukt dat
absolute stabiliteit niet per definitie leidt tot snelheid. "Als
een auto voor honderd procent stabiel is, kun je hem niet laten
draaien. Dan ga je alleen maar rechtdoor. Om de auto te laten
roteren, moet je hem juist minder stabiel maken." Komatsu haalt
vervolgens Max Verstappen aan als het ultieme voorbeeld. "Daarom is
Max zo geweldig: hij kan rijden met, laten we zeggen, de minste
stabiliteit, maar is tegelijkertijd ongelooflijk nauwkeurig. Onder
alle omstandigheden, op elk circuit en met elk type banden. Dat is
echt ongelooflijk." Volgens Komatsu zit Bearman qua rijstijl
duidelijk in dezelfde richting, al is het verschil met Verstappen
nog groot. "Ollie neigt zeker meer die kant op dan coureurs als
Esteban Ocon en Nico Hülkenberg, omdat hij in staat is om die
ultieme prestatie over één rondje eruit te halen. Dat is
indrukwekkend." Tot slot nuanceert de Haas-teambaas de vergelijking
met de viervoudig wereldkampioen. "Ollie kan omgaan met aanzienlijk
minder stabiliteit dan veel andere coureurs. Ik kan me voorstellen
dat Max datzelfde kan, maar dan in extreme mate. Ik heb nooit met
Max gewerkt, dus ik weet niet precies waar zijn grens ligt, maar ik
stel me voor dat hij echt extreem is."
