De lessen die Audi kan leren van eerste Duitse Sauber-overname
De naam Sauber verscheen voor het eerst op de F1-grid in 1993. Het
team, met eigenaar Peter Sauber, was een van de weinige privateers
die direct een goede indruk maakte in het drukke, competitieve veld
van de jaren ’90. Waar veel van deze renstallen de achterkant van
het veld opvulden en ook weer snel uit de sport verdwenen, groeide
het Zwitserse team uit tot een graag geziene deelnemer. Weinig
teams kenden een debuutseizoen als dat van Sauber. De C12,
aangedreven door een Ilmor-krachtbron, was verrassend snel, maar
werd enigszins teruggehouden door een bedenkelijke betrouwbaarheid.
Al tijdens het debuutweekend in Zuid-Afrika wist het team punten te
scoren dankzij een vijfde plaats van JJ Lehto. Uiteindelijk kwam
het team tot zes puntenfinishes, elf punten en een zevende plaats
in de WK-eindstand. In de jaren die volgden, groeide Sauber uit tot
een stabiel team in de middenmoot. Hier en daar eindigde het team
met een wagen op het podium, al bleven overwinningen uit. Daarnaast
werd het een broedplaats voor jong talent. Coureurs als
Heinz-Harald Frentzen, Nick Heidfeld, Kimi Räikkönen en Felipe
Massa zetten hun eerste stappen in de Formule 1 bij Sauber. Tekst
gaat verder onder de foto's! De weg naar de overname BMW leverde in
de jaren ’80 al motoren in de Formule 1. De grootste successen
boekte het Duitse merk bij Brabham. In 1983 werd Nelson Piquet
wereldkampioen in de BMW-aangedreven BT52/B. De motorleverancier
stond bekend om zijn snelle krachtbronnen, al gingen deze ook
regelmatig kapot. In 1988 verdween de naam BMW uit de
koningsklasse, al gebruikte Arrows dat jaar nog de krachtbron, die
werd gelabeld als Megatron-motor. Na elf stille jaren keerde BMW in
2000 weer terug in de Formule 1. Het ging een intensieve
samenwerking met Williams aan. De Britse renstal kende twee magere
jaren met oude Renault-motoren (Supertec) en vond in de Duitse
autogigant een nieuwe leverancier. Deze samenwerking bleek
succesvol te zijn. In zes seizoenen wist het team tien Grands Prix
te winnen en eindigde het in 2002 en 2003 als tweede bij de
constructeurs, achter het dominante Ferrari. De wens van BMW bleef
om zelf een Formule 1-team te hebben. Ondertussen verzuurde de
relatie tussen BMW en Williams. BMW geloofde namelijk dat de
motoren kampioenschappen konden winnen, maar dat Williams ervoor
zorgde dat dit niet gebeurde. Het Duitse merk wilde Williams
overkopen, maar eigenaar Frank Williams weigerde dat. De twee
partijen gingen uit elkaar. Williams maakte de overstap naar
Cosworth-motoren en een jaar later naar Toyota, waarna de
resultaten van de renstal nog verder afzakten. Ondertussen vond BMW
een renstal die het kon overnemen: Sauber. De transactie vond
plaats in juni 2005. In 2006 veranderde Sauber in BMW Sauber. Tekst
gaat verder onder de foto's! Een hoopvolle start Het eerste jaar
van BMW Sauber was veelbelovend. Jacques Villeneuve bleef bij het
team. Nick Heidfeld maakte samen met BMW de overstap van Williams
naar Sauber. Toch was het totaalpakket nog niet goed genoeg om mee
te dingen naar overwinningen, laat staan het kampioenschap. Later
in het seizoen verdween Villeneuve bij het team en mocht Robert
Kubica zijn debuut maken. Zowel Heidfeld als Kubica wisten aan het
einde van het seizoen een derde plaats te behalen. BMW Sauber
eindigde op de vijfde plaats bij de constructeurs, het beste
resultaat sinds 2002. 2007 was een stap vooruit. BMW Sauber was
best of the rest achter Ferrari en McLaren. Toch kende het team ook
een horrormoment: Kubica’s crash in Canada, waar hij met zo’n 250
kilometer per uur in een betonnen muur klapte. De Pool moest één
race missen. Hij werd vervangen door een debutant: Sebastian
Vettel. Vettel behaalde in de GP van de Verenigde Staten direct
zijn eerste punt in de Formule 1. Kubica kon de race erna wonder
boven wonder weer starten. BMW Sauber scoorde dat jaar dankzij
Heidfeld twee podiumplaatsen, maar een eerste overwinning bleef
uit. Desondanks eindigde het team op de tweede plaats bij de
constructeurs, na de diskwalificatie van McLaren door Spygate .
Tekst gaat verder onder de foto's! Hét hoogtepunt en begin van het
einde De stijgende tred van BMW Sauber ging in 2008 vrolijk verder.
Waar het team in 2007 nog achter McLaren en Ferrari eindigde, kon
het in 2008 meestrijden met beide topteams. Drie podiumplaatsen in
de eerste drie races lieten zien dat het menens was. Het hoogtepunt
voor de hele renstal kwam echter in Canada, toen Kubica zijn én BMW
Saubers eerste en enige race wist te winnen. Heidfeld maakte het
feest compleet door als tweede te eindigen. Kubica ging na die race
zelfs aan de leiding van de WK-stand, terwijl BMW Sauber slechts
drie punten achter Ferrari stond. Maar in een beslissing die
achttien jaar later nog steeds met gefronste wenkbrauwen wordt
bekeken, koos het team ervoor om de ontwikkeling van de 2008-auto
stil te leggen en alle focus op 2009 te leggen. De hokjes waren
afgekruist, de doelen waren behaald, en in plaats van zien dat het
een buitenkansje voorgeschoteld had gekregen, namelijk de
titelstrijd, hield het team stug vast aan het langetermijnplan.
2008 was geslaagd, en dus werd er alleen nog maar vooruit gekeken.
De aansluiting met Ferrari en McLaren verdween. Vijf verdere
podiumplaatsen waren een schamele opbrengst vergeleken met het
begin van het seizoen. In de laatste race van het seizoen, de
legendarische GP van Brazilië, wisten beide coureurs zelfs niet in
de punten te eindigen, iets wat al twee jaar lang niet meer gebeurd
was. Dankzij de sterke eerste seizoenshelft eindigde BMW Sauber
toch nog op een derde plaats bij de constructeurs. Maar 2009 zou
hét jaar voor Sauber moeten worden. De snelle ondergang 2009 werd
echter niet het jaar voor Sauber. Sterker nog: het team miste de
slag met de dubbele diffuser, een maas in de regels rondom de
grootte van diffusers. Brawn, Williams en Toyota hadden er één;
Sauber volgde later met een minder efficiënte versie van het
concept. Sauber had zijn kaarten gezet op het gloednieuwe
KERS-systeem, een soort push-to-pass. Het team kende alleen
constant problemen tijdens de ontwikkeling ervan. Het kon niet goed
geïntegreerd worden in de auto, en daarnaast werd een engineer
geëlektrocuteerd toen hij aan de wagen werkte. Uiteindelijk besloot
BMW om het hele KERS-systeem maar te schrappen, waardoor de hele
reden dat het team in 2008 de ontwikkeling stopte, compleet voor
niets is geweest. Er was nog enige hoop aan het begin van het
seizoen, al crashte Kubica tijdens de openingsrace in Melbourne met
Sebastian Vettel in de slotfase van de race. Beide heren streden om
P2. Heidfeld eindigde een race later, in Maleisië, als tweede, maar
kreeg slechts halve punten nadat de race werd afgebroken door de
regen. Tijdens de vierde race van het seizoen, in Bahrein,
eindigden Kubica en Heidfeld als achttiende en negentiende. Het
team kabbelde richting het einde van 2009. Een tweede plaats van
Kubica in Brazilië was een zeldzaam hoogtepunt in het slechtste
seizoen voor BMW. Het team eindigde met 36 punten op de zesde
plaats in het WK. Ondertussen was al bekend geworden dat BMW na
2009 uit de sport zou stappen. Uiteindelijk was het Peter Sauber
die het team terugkocht, onder voorwaarde dat Sauber een startplek
kreeg op de grid van 2010. Die kreeg het na het wegvallen van
Toyota. Resultaten BMW Sauber in de Formule 1 Lessen voor Audi
Kijkend naar de snelle opkomst en ondergang van BMW Sauber, zal
Audi zich moeten behoeden voor te optimistische beslissingen. BMW
Sauber had enorme potentie, maar maakte op het moment dat het kans
maakte op overwinningen en een kampioenschap een keuze die later
rampzalig bleek te zijn. Wel heeft BMW laten zien dat er in Hinwil
een winnende wagen van de lopende band kan rollen. Audi heeft zelf
aangegeven dat de weg naar een wereldtitel een lang traject is. Het
team hoopt in 2030 een auto te bouwen die kan strijden om de
prijzen. Om dat doel te bereiken, moet het wel langer in de sport
blijven dan hun Duitse voorgangers, die er na vier jaar de stekker
uit trokken. Toch zijn de cijfers die BMW Sauber in hun vier jaar
in de sport liet zien reden genoeg om te geloven in het plan van
Audi. Met het juiste personeel en sterke coureurs kan zelfs een
kleinere renstal het de grote teams in de Formule 1 lastig maken.
Of Audi dat de komende jaren ook daadwerkelijk gaat bereiken, is
iets wat we pas over enkele jaren zullen weten.
team, met eigenaar Peter Sauber, was een van de weinige privateers
die direct een goede indruk maakte in het drukke, competitieve veld
van de jaren ’90. Waar veel van deze renstallen de achterkant van
het veld opvulden en ook weer snel uit de sport verdwenen, groeide
het Zwitserse team uit tot een graag geziene deelnemer. Weinig
teams kenden een debuutseizoen als dat van Sauber. De C12,
aangedreven door een Ilmor-krachtbron, was verrassend snel, maar
werd enigszins teruggehouden door een bedenkelijke betrouwbaarheid.
Al tijdens het debuutweekend in Zuid-Afrika wist het team punten te
scoren dankzij een vijfde plaats van JJ Lehto. Uiteindelijk kwam
het team tot zes puntenfinishes, elf punten en een zevende plaats
in de WK-eindstand. In de jaren die volgden, groeide Sauber uit tot
een stabiel team in de middenmoot. Hier en daar eindigde het team
met een wagen op het podium, al bleven overwinningen uit. Daarnaast
werd het een broedplaats voor jong talent. Coureurs als
Heinz-Harald Frentzen, Nick Heidfeld, Kimi Räikkönen en Felipe
Massa zetten hun eerste stappen in de Formule 1 bij Sauber. Tekst
gaat verder onder de foto's! De weg naar de overname BMW leverde in
de jaren ’80 al motoren in de Formule 1. De grootste successen
boekte het Duitse merk bij Brabham. In 1983 werd Nelson Piquet
wereldkampioen in de BMW-aangedreven BT52/B. De motorleverancier
stond bekend om zijn snelle krachtbronnen, al gingen deze ook
regelmatig kapot. In 1988 verdween de naam BMW uit de
koningsklasse, al gebruikte Arrows dat jaar nog de krachtbron, die
werd gelabeld als Megatron-motor. Na elf stille jaren keerde BMW in
2000 weer terug in de Formule 1. Het ging een intensieve
samenwerking met Williams aan. De Britse renstal kende twee magere
jaren met oude Renault-motoren (Supertec) en vond in de Duitse
autogigant een nieuwe leverancier. Deze samenwerking bleek
succesvol te zijn. In zes seizoenen wist het team tien Grands Prix
te winnen en eindigde het in 2002 en 2003 als tweede bij de
constructeurs, achter het dominante Ferrari. De wens van BMW bleef
om zelf een Formule 1-team te hebben. Ondertussen verzuurde de
relatie tussen BMW en Williams. BMW geloofde namelijk dat de
motoren kampioenschappen konden winnen, maar dat Williams ervoor
zorgde dat dit niet gebeurde. Het Duitse merk wilde Williams
overkopen, maar eigenaar Frank Williams weigerde dat. De twee
partijen gingen uit elkaar. Williams maakte de overstap naar
Cosworth-motoren en een jaar later naar Toyota, waarna de
resultaten van de renstal nog verder afzakten. Ondertussen vond BMW
een renstal die het kon overnemen: Sauber. De transactie vond
plaats in juni 2005. In 2006 veranderde Sauber in BMW Sauber. Tekst
gaat verder onder de foto's! Een hoopvolle start Het eerste jaar
van BMW Sauber was veelbelovend. Jacques Villeneuve bleef bij het
team. Nick Heidfeld maakte samen met BMW de overstap van Williams
naar Sauber. Toch was het totaalpakket nog niet goed genoeg om mee
te dingen naar overwinningen, laat staan het kampioenschap. Later
in het seizoen verdween Villeneuve bij het team en mocht Robert
Kubica zijn debuut maken. Zowel Heidfeld als Kubica wisten aan het
einde van het seizoen een derde plaats te behalen. BMW Sauber
eindigde op de vijfde plaats bij de constructeurs, het beste
resultaat sinds 2002. 2007 was een stap vooruit. BMW Sauber was
best of the rest achter Ferrari en McLaren. Toch kende het team ook
een horrormoment: Kubica’s crash in Canada, waar hij met zo’n 250
kilometer per uur in een betonnen muur klapte. De Pool moest één
race missen. Hij werd vervangen door een debutant: Sebastian
Vettel. Vettel behaalde in de GP van de Verenigde Staten direct
zijn eerste punt in de Formule 1. Kubica kon de race erna wonder
boven wonder weer starten. BMW Sauber scoorde dat jaar dankzij
Heidfeld twee podiumplaatsen, maar een eerste overwinning bleef
uit. Desondanks eindigde het team op de tweede plaats bij de
constructeurs, na de diskwalificatie van McLaren door Spygate .
Tekst gaat verder onder de foto's! Hét hoogtepunt en begin van het
einde De stijgende tred van BMW Sauber ging in 2008 vrolijk verder.
Waar het team in 2007 nog achter McLaren en Ferrari eindigde, kon
het in 2008 meestrijden met beide topteams. Drie podiumplaatsen in
de eerste drie races lieten zien dat het menens was. Het hoogtepunt
voor de hele renstal kwam echter in Canada, toen Kubica zijn én BMW
Saubers eerste en enige race wist te winnen. Heidfeld maakte het
feest compleet door als tweede te eindigen. Kubica ging na die race
zelfs aan de leiding van de WK-stand, terwijl BMW Sauber slechts
drie punten achter Ferrari stond. Maar in een beslissing die
achttien jaar later nog steeds met gefronste wenkbrauwen wordt
bekeken, koos het team ervoor om de ontwikkeling van de 2008-auto
stil te leggen en alle focus op 2009 te leggen. De hokjes waren
afgekruist, de doelen waren behaald, en in plaats van zien dat het
een buitenkansje voorgeschoteld had gekregen, namelijk de
titelstrijd, hield het team stug vast aan het langetermijnplan.
2008 was geslaagd, en dus werd er alleen nog maar vooruit gekeken.
De aansluiting met Ferrari en McLaren verdween. Vijf verdere
podiumplaatsen waren een schamele opbrengst vergeleken met het
begin van het seizoen. In de laatste race van het seizoen, de
legendarische GP van Brazilië, wisten beide coureurs zelfs niet in
de punten te eindigen, iets wat al twee jaar lang niet meer gebeurd
was. Dankzij de sterke eerste seizoenshelft eindigde BMW Sauber
toch nog op een derde plaats bij de constructeurs. Maar 2009 zou
hét jaar voor Sauber moeten worden. De snelle ondergang 2009 werd
echter niet het jaar voor Sauber. Sterker nog: het team miste de
slag met de dubbele diffuser, een maas in de regels rondom de
grootte van diffusers. Brawn, Williams en Toyota hadden er één;
Sauber volgde later met een minder efficiënte versie van het
concept. Sauber had zijn kaarten gezet op het gloednieuwe
KERS-systeem, een soort push-to-pass. Het team kende alleen
constant problemen tijdens de ontwikkeling ervan. Het kon niet goed
geïntegreerd worden in de auto, en daarnaast werd een engineer
geëlektrocuteerd toen hij aan de wagen werkte. Uiteindelijk besloot
BMW om het hele KERS-systeem maar te schrappen, waardoor de hele
reden dat het team in 2008 de ontwikkeling stopte, compleet voor
niets is geweest. Er was nog enige hoop aan het begin van het
seizoen, al crashte Kubica tijdens de openingsrace in Melbourne met
Sebastian Vettel in de slotfase van de race. Beide heren streden om
P2. Heidfeld eindigde een race later, in Maleisië, als tweede, maar
kreeg slechts halve punten nadat de race werd afgebroken door de
regen. Tijdens de vierde race van het seizoen, in Bahrein,
eindigden Kubica en Heidfeld als achttiende en negentiende. Het
team kabbelde richting het einde van 2009. Een tweede plaats van
Kubica in Brazilië was een zeldzaam hoogtepunt in het slechtste
seizoen voor BMW. Het team eindigde met 36 punten op de zesde
plaats in het WK. Ondertussen was al bekend geworden dat BMW na
2009 uit de sport zou stappen. Uiteindelijk was het Peter Sauber
die het team terugkocht, onder voorwaarde dat Sauber een startplek
kreeg op de grid van 2010. Die kreeg het na het wegvallen van
Toyota. Resultaten BMW Sauber in de Formule 1 Lessen voor Audi
Kijkend naar de snelle opkomst en ondergang van BMW Sauber, zal
Audi zich moeten behoeden voor te optimistische beslissingen. BMW
Sauber had enorme potentie, maar maakte op het moment dat het kans
maakte op overwinningen en een kampioenschap een keuze die later
rampzalig bleek te zijn. Wel heeft BMW laten zien dat er in Hinwil
een winnende wagen van de lopende band kan rollen. Audi heeft zelf
aangegeven dat de weg naar een wereldtitel een lang traject is. Het
team hoopt in 2030 een auto te bouwen die kan strijden om de
prijzen. Om dat doel te bereiken, moet het wel langer in de sport
blijven dan hun Duitse voorgangers, die er na vier jaar de stekker
uit trokken. Toch zijn de cijfers die BMW Sauber in hun vier jaar
in de sport liet zien reden genoeg om te geloven in het plan van
Audi. Met het juiste personeel en sterke coureurs kan zelfs een
kleinere renstal het de grote teams in de Formule 1 lastig maken.
Of Audi dat de komende jaren ook daadwerkelijk gaat bereiken, is
iets wat we pas over enkele jaren zullen weten.
