De meest beruchte conflicten tussen teamgenoten ooit in de Formule 1

Lando Norris en Oscar Piastri (McLaren, 2023-2025) We beginnen met
Lando Norris en Oscar Piastri als meest recente voorbeeld, ook al
was de rivaliteit tussen de twee coureurs nog heel netjes,
vergeleken met anderen in deze lijst. Het was echter lang niet
altijd gezellig bij het team uit Woking. De wrijving ontstond voor
het eerst tijdens de GP van Hongarije in 2024, toen Norris werd
gevraagd Piastri voorbij te laten nadat het team koos voor
gesplitste strategieën. Op dat moment was er verder geen vuiltje
aan de lucht, aangezien beide coureurs niet echt meededen om de
wereldtitel. Dat veranderde afgelopen jaar. Ineens waren beide
McLaren-coureurs elkaars grootste titelrivalen. Lang leek alles
onder controle, totdat Norris in Canada tijdens een
opportunistische inhaalpoging zijn auto kapot reed na contact met
Piastri. Het moment waarop de heren de poppen echt aan het dansen
kregen, was in Italië. Een mislukte pitstop van Norris zorgde
ervoor dat Piastri hem voorbijging. Het team liet via de boordradio
weten dat de twee coureurs weer van positie moesten wisselen. Dit
gebeurde, iets waar veel fans het niet mee eens waren. In Singapore
laaide de discussie over teamorders opnieuw op, toen Norris Piastri
op vrij agressieve wijze inhaalde in de openingsronde. Piastri
eiste dat Norris de positie terug zou geven, maar het team sloeg
die gedachte af, wat duidelijke onvrede aan de kant van de
Australiër tot gevolg had. Tijdens de sprintrace in Austin raakten
de twee coureurs elkaar zelfs, met een dubbele DNF tot gevolg.
Daarbij moet gezegd worden dat ook andere coureurs hierbij
betrokken waren, en vooral Norris geen blaam trof. Uiteindelijk
ging Norris met de titel aan de haal. De Brit eindigde twee punten
voor een herboren Max Verstappen, terwijl Oscar Piastri genoegen
moest nemen met de derde plaats. Of de rivaliteit tussen beide
heren ook in de toekomst zo beheerst zal blijven wanneer ze opnieuw
om de wereldtitel strijden, valt nog te bezien. Lewis Hamilton en
Nico Rosberg (Mercedes, 2013-2016) Lewis Hamilton en Nico Rosberg
waren jeugdvrienden die samen in karting raceten. In 2013 werden ze
herenigd bij Mercedes, wat aanvankelijk een droomduo leek. Dat
veranderde echter snel toen de Duitse renstal in 2014 het dominante
team werd. De eerste scheurtjes ontstonden tijdens de Grand Prix
van Monaco in 2014. In Q3 blokkeerde Rosberg bij Mirabeau Hamiltons
ronde door zijn auto in de uitloopstrook te parkeren. De stewards
onderzochten het urenlang, maar vonden geen bewijs. Hamiltons
sarcastische boordradio-reactie sprak echter boekdelen. België 2014
leverde een ander controversieel moment op. Rosberg raakte Hamilton
bij een mislukte inhaalpoging, waardoor Hamiltons achterband lek
ging en hij belangrijke punten verloor. Later speelde wrok over
Hongarije, waar Hamilton Rosberg ondanks teamorders niet liet
passeren. Hamilton won zes van de laatste zeven races en pakte de
titel. Tijdens de GP van de Verenigde Staten in 2015, waar Hamilton
won en Rosberg tweede werd, was de vijandigheid ook goed te zien.
Hamilton gooide het toebehorende petje richting Rosberg, die hem
vervolgens zichtbaar geïrriteerd teruggooit naar Hamilton. Op dat
moment was wel duidelijk geworden dat de twee geen vrienden meer
waren, maar vijanden. Het bekendste incident vond echter een jaar
later plaats. Hamilton en Rosberg streden fel met elkaar in de
openingsronde van de GP van Spanje. Op het stuk tussen bocht drie
en vier duwde Rosberg zijn teamgenoot het gras in. Hamilton verloor
de controle over zijn auto en de twee gingen er samen af. Voor de
Nederlandse fans een hoogtepunt, want mede door de crash ging Max
Verstappen er in zijn debuutrace voor Red Bull Racing met de
overwinning vandoor.  Ook in Oostenrijk vonden de twee elkaar op de
baan, dit keer in de laatste ronde. Opnieuw was er contact. Rosberg
had zichtbare schade en viel terug tot P4, Hamilton wist
ternauwernood als winnaar over de streep te komen. Rosberg kreeg
een tijdstraf en strafpunten op zijn licentie. Teambaas Toto Wolff
was er klaar mee en dreigde met teamorders. Het einde van de
rivaliteit vond plaats in Abu Dhabi, de laatste race van 2016.
Hamilton reed op kop, maar wist dat Rosberg aan P2 genoeg had. De
Brit ging expres langzamer rijden om zo Rosberg kwetsbaar te maken
voor Sebastian Vettel en Verstappen, die achter de twee reden.
Rosberg hield stand en wist zijn eerste WK-titel te pakken.
Hamilton nam zijn verlies en de twee werden omhelzend gespot op het
podium. Rosberg ging na het seizoen met pensioen, wat het einde van
de rivaliteit betekende. Fernando Alonso en Lewis Hamilton
(McLaren, 2007) Toen tweevoudig wereldkampioen Fernando Alonso in
2007 bij McLaren arriveerde, verwachtte hij de onbetwiste
teamleider te zijn. Niemand had verwacht dat rookie Lewis Hamilton
meteen zo competitief zou zijn. Na vier races leidde Hamilton het
kampioenschap met twee punten voorsprong op Alonso, tot grote
irritatie van de Spanjaard. De eerste confrontatie volgde in
Monaco. McLaren wilde beide coureurs via strategie managen.
Hamilton lag op koers om Alonso voorbij te gaan, maar werd vroeg
naar binnen gehaald. Toen het team hem via de boordradio
instrueerde vermogen terug te nemen, weigerde Hamilton
aanvankelijk. Uiteindelijk moest teambaas Ron Dennis persoonlijk
ingrijpen om de instructies af te dwingen. De bom leek te barsten
in Hongarije. In de slotminuten van Q3 kwamen beide coureurs binnen
voor verse banden. Alonso was als eerste aan de beurt. Hij bleef
echter lange tijd stilstaan, waardoor Hamilton geen tijd meer had
om een vliegende ronde neer te zetten. McLaren probeerde de boel te
sussen, maar de FIA was onverbiddelijk: Alonso kreeg een gridstraf
van vijf plaatsen en McLaren zou bij de constructeurs geen punten
verdienen tijdens het raceweekend.  Alonso klaagde ondertussen
tegen Spaanse media over een ongelijke behandeling, suggererend dat
Hamilton als "Engelse coureur in een Engels team" meer steun kreeg.
Hamilton reageerde verbaasd en zei dat hij "betwijfelde of Alonso
verwachtte dat ik het zo goed zou doen". Dennis gaf uiteindelijk
openlijk toe Hamilton te steunen voor het kampioenschap, waarbij
hij zei dat McLaren "tegen Alonso racete". Het onderlinge gekibbel
zorgde er vervolgens voor dat niet Hamilton of Alonso, maar Kimi
Räikkönen er met de titel vandoor ging. De Fin eindigde op 110
punten, met Alonso en Hamilton op 109 punten. McLaren zou genoeg
punten hebben gehaald voor de constructeurstitel, maar het team
werd gediskwalificeerd en ontving een boete van 100 miljoen euro
vanwege het Spygate-schandaal. Alonso ging na 2007 terug naar
Renault, Hamilton zou in 2008 zijn eerste wereldtitel winnen.
Ayrton Senna en Alain Prost (McLaren, 1988-1989) De rivaliteit
tussen Ayrton Senna en Alain Prost bij McLaren is de meest beroemde
in de F1-historie. De twee coureurs vertegenwoordigden twee
tegengestelde racefenomenen. Prost was de berekende professor,
Senna de spirituele strijder die geloofde dat God hem zou
beschermen. Deze filosofische kloof maakte hun partnerschap bij
McLaren onhoudbaar. Het eerste echte conflict kwam in Portugal,
waar Senna Prost "simpelweg aanviel" tijdens een inhaalpoging en
hem gevaarlijk dicht langs de pitmuur drukte. Prost won, maar was
zichtbaar aangedaan en stelde: "Als dat is hoe hij het
kampioenschap wil winnen, dan heb ik daar geen interesse in." Prost
bekritiseerde Senna's mentaliteit met harde woorden: "Ayrton heeft
een klein probleem. Hij denkt dat hij zichzelf niet de dood in kan
rijden, omdat hij in God gelooft, en ik denk dat dat behoorlijk
gevaarlijk is voor andere coureurs." Senna reageerde: "Omdat ik in
God geloof en vertrouwen heb in God, betekent niet dat ik
onsterfelijk ben. Ik ben net zo bang om gewond te raken als
iedereen." De rivaliteit bereikte in 1989 een absoluut kookpunt.
Tijdens de openingsronde van de GP van San Marino haalde Senna
Prost in. Prost was furieus, omdat de twee klaarblijkelijk hadden
afgesproken dat degene die na de eerste bocht aan de leiding ging,
niet meer aangevallen zou worden. Senna zou die belofte dus hebben
verbroken.  Alles kwam samen tijdens de GP van Japan. Senna
probeerde Prost tegen het einde van de race in te halen, maar Prost
gooide het gat dicht. De twee raakten elkaar. Prost was uit de
race, Senna kon na hulp van de marshals door. De Braziliaan zou de
race uiteindelijk winnen na een late inhaalactie op Alessandro
Nannini, ware het niet dat hij gediskwalificeerd werd, omdat hij na
de crash de chicane 'afgesneden' had.  Prost was daardoor de
kampioen, terwijl Senna een boete van 100.000 dollar kreeg. De
Braziliaan betichtte FIA-president Jean Marie Balestre van het
voortrekken van Prost, omdat beide heren Frans waren.  Een jaar
later streden de twee opnieuw in Japan om de titel, met Prost deze
keer als Ferrari-coureur. Senna startte van poleposition, maar
moest aan de vuile kant beginnen, tot zijn grote onvrede. Prost
ging Senna voorbij, waarna Senna besloot om vol in de zijkant van
de Ferrari van Prost te kleunen. Beide heren lagen uit de race en
Senna was wereldkampioen. Pas in 1993, in Adelaide, verzoenden de
twee. Senna trok Prost na zijn laatste zege het podium op om
arm-in-arm te staan. Toen Senna in 1994 stierf, zei Prost dat "een
deel van hemzelf ook was gestorven, omdat hun carrières zo met
elkaar verweven waren". Nelson Piquet en Nigel Mansell (Williams,
1986-1987) Nelson Piquet en Nigel Mansell vormden misschien wel het
meest giftige duo in F1-geschiedenis. Piquet arriveerde in 1986 bij
Williams als tweevoudig wereldkampioen en verwachtte de onbetwiste
leider te zijn. Aanvankelijk leek dat ook zo, mede door afspraken
met teambaas Frank Williams. Die raakte echter betrokken bij een
ernstig verkeersongeluk, waardoor hij tijdelijk afwezig was.
Patrick Head nam zijn taken over, terwijl hij de race-engineer van
Mansell was. In plaats van Piquet de onbetwiste leider te laten
zijn, mochten de twee coureurs volledig met elkaar strijden. Piquet
verwachtte Mansell gemakkelijk te verslaan. De Brit had in vijf
jaar tijd immers nog geen Formule 1-zege behaald. Maar de twee
waren aan elkaar gewaagd. Dat frustreerde Piquet enorm. In een
interview met Playboy zei hij: "Mansell is een domoor, hij is
onbeleefd en hij heeft een lelijke vrouw." Mansell liet zich op het
circuit spreken: hij versloeg Piquet in meerdere races, waaronder
een legendarische overwinning in Brands Hatch 1986, waar beide
coureurs weigerden elkaar de hand te schudden. Mansell won dat jaar
vijf races, Piquet drie. Toch was Alain Prost de lachende derde. De
Fransman maakte optimaal gebruik van de rivaliteit tussen beide
Williams-coureurs en wist zo ondanks een duidelijk mindere auto de
wereldtitel te grijpen na een klapband van Mansell tijdens de
laatste race van het seizoen in Adelaide. Piquet zou in 1987 de
titel opeisen, nadat Mansell zich zwaar blesseerde via een crash in
de kwalificatie voor de GP van Japan.  Piquet was echter klaar met
Williams en Mansell en stapte over naar Lotus. Ook Honda, dat
Piquet sponsorde, vertrok uit onvrede. Mansell zou later, in 1992,
alsnog zijn eerste wereldtitel halen. Piquet wist na zijn vertrek
bij Williams nog maar drie Grands Prix te winnen. De twee lijken
inmiddels weer met elkaar overweg te kunnen. Beste vrienden zullen
het nooit worden, maar ze kunnen inmiddels met een lach terugdenken
aan die tijd. 

Top Headlines

Oudere Top Headlines