Wereldkampioen Norris moet wennen aan zijn bijrol in de Formule 1
Het kan verkeren. Eind 2025 ben je de gelauwerde coureur die Max Verstappen onttroont, een paar maanden verder lijkt het podium al een brug te ver. Lando Norris komt er dit seizoen nog niet aan te pas. Al staat in Japan pas de derde race van het jaar op het programma, een zege voor het afgelopen jaren zo dominante McLaren lijkt ver weg.
"Ik heb en hou vertrouwen in mijn team", zegt Norris stoïcijns op het circuit van Suzuka. "We hebben twee jaar op rij de titel voor constructeurs gewonnen en ik werd vorig jaar kampioen met de beste auto. Dus ik weet zeker dat we het in ons hebben, maar het zal tijd vergen."
Mercedes en Ferrari zijn ongenaakbaar en het lijkt er al na twee raceweekends op dat de kersverse kampioen geen schijn van kans maakt om zijn titel te verdedigen. Norris werd kleurloos vijfde bij de seizoensopener in Melbourne, dik 50 seconden achter winnaar George Russell. En de tweede race in China draaide uit op een regelrechte blamage omdat zijn team McLaren de motoren van beide auto's niet aan de praat kreeg.
"We hebben tijd nodig gehad om te begrijpen wat er aan de hand was, maar we denken het te hebben opgelost", blikt Norris terug op het Shanghai-echec. "Natuurlijk was het naar. Met twee auto's niet aan de start staan, dat komt hard aan. Het is ook geen fijn plaatje. We stonden er niet lekker op, maar focussen nu op de volgende race. Dus: leren van de fouten en zorgen dat het hier vlekkeloos gaat."
Helder is dat het euvel extern werd veroorzaakt. McLaren is klant van motorleverancier Mercedes en dat bleek de achilleshiel. "Het was extra pijnlijk dat we er zelf weinig aan konden doen", legt Norris uit. "Het team heeft hard gewerkt met de mensen van HPP. Nu weten we wat er misging, waarom en hoe we kunnen voorkomen dat het ons nogmaals elimineert." HPP staat voor High Performance Powertrains, de motorendivisie van Mercedes.
Het verschil tussen Mercedes en zijn klantenteams
Hoewel het fabrieksteam van Mercedes en McLaren beide met een Mercedes-motor rijden, is het verschil tussen de twee teams er een van dag en nacht. Mercedes beschikt als fabrikant van de motor over alle expertise en plukt daar nu de vruchten van. McLaren drijft als klant op externe kennis en moet een inhaalslag maken.
Wat ook meespeelt, is het feit dat Mercedes zich vorig jaar al vrij snel op 2026 kon gaan richten, omdat de renstal geen rol van betekenis speelde in het WK. McLaren streed daarentegen tot de laatste race met twee coureurs tegen Verstappen om de wereldtitel.
De McLaren-malaise treft niet alleen de wereldkampioen, maar ook zijn stalgenoot Oscar Piastri. De Australiër crashte in Melbourne op weg naar de racestart en staat dit jaar op nul zondagse rondjes. Gevolg is dat McLaren veel minder meters heeft gemaakt dan de rivalen, maar Norris probeert de moed erin te houden.
"Er zit veel potentieel in deze auto. We zijn nog lang niet waar we willen zijn", zegt de nummer zes in de WK-stand. "Het komt ook door vorig seizoen. De titelstrijd doet ons nu een beetje pijn. Ferrari en Mercedes waren al eerder gefocust op 2026. Je kunt niet alles hebben."
Norris' teksten zijn een mix van realisme en een peptalk. "We weten dat we het zwaar krijgen, maar boeken vooruitgang in de fabriek en werken keihard. Het moet beter, maar het is ook weer niet zo dat alles slecht is. We zijn nog steeds het derde team qua snelheid. Natuurlijk zijn we liever de eerste, maar desastreus is het niet."
Geen woord over zijn droom: titelprolongatie. Ook als hij er expliciet naar wordt gevraagd, houdt Norris zich op de vlakte. "De tijd zal het leren. We hebben nog wat dingen in de pijplijn en zijn ambitieus. Ons doel is om later dit jaar weer te staan waar we horen, maar het is nu nog te vroeg om zo ver vooruit te denken."
Norris put hoop uit 2024, toen McLaren in de achterhoede begon en halverwege het jaar de macht greep. "Ik denk dat we toen meer dan 150 WK-punten achter Red Bull, Ferrari en Mercedes lagen. En toch kwamen we terug en wonnen we zelfs de wereldtitel voor constructeurs."
De 26-jarige Brit durft nog niet hardop te dromen van zo'n scenario. "Het gat tussen ons en de top is stevig. We moeten stap voor stap kijken. Eerst zorgen dat we op het podium finishen. Daarna mogen we gaan mikken op racezeges en pas daarna denken aan titels."
En die tweede wereldtitel? Norris geeft de moed niet op. "We klauteren omhoog en gaan het tij keren. Ik denk nog steeds dat we in de loop van het seizoen de beste auto kunnen hebben."
"Ik heb en hou vertrouwen in mijn team", zegt Norris stoïcijns op het circuit van Suzuka. "We hebben twee jaar op rij de titel voor constructeurs gewonnen en ik werd vorig jaar kampioen met de beste auto. Dus ik weet zeker dat we het in ons hebben, maar het zal tijd vergen."
Mercedes en Ferrari zijn ongenaakbaar en het lijkt er al na twee raceweekends op dat de kersverse kampioen geen schijn van kans maakt om zijn titel te verdedigen. Norris werd kleurloos vijfde bij de seizoensopener in Melbourne, dik 50 seconden achter winnaar George Russell. En de tweede race in China draaide uit op een regelrechte blamage omdat zijn team McLaren de motoren van beide auto's niet aan de praat kreeg.
"We hebben tijd nodig gehad om te begrijpen wat er aan de hand was, maar we denken het te hebben opgelost", blikt Norris terug op het Shanghai-echec. "Natuurlijk was het naar. Met twee auto's niet aan de start staan, dat komt hard aan. Het is ook geen fijn plaatje. We stonden er niet lekker op, maar focussen nu op de volgende race. Dus: leren van de fouten en zorgen dat het hier vlekkeloos gaat."
Helder is dat het euvel extern werd veroorzaakt. McLaren is klant van motorleverancier Mercedes en dat bleek de achilleshiel. "Het was extra pijnlijk dat we er zelf weinig aan konden doen", legt Norris uit. "Het team heeft hard gewerkt met de mensen van HPP. Nu weten we wat er misging, waarom en hoe we kunnen voorkomen dat het ons nogmaals elimineert." HPP staat voor High Performance Powertrains, de motorendivisie van Mercedes.
Het verschil tussen Mercedes en zijn klantenteams
Hoewel het fabrieksteam van Mercedes en McLaren beide met een Mercedes-motor rijden, is het verschil tussen de twee teams er een van dag en nacht. Mercedes beschikt als fabrikant van de motor over alle expertise en plukt daar nu de vruchten van. McLaren drijft als klant op externe kennis en moet een inhaalslag maken.
Wat ook meespeelt, is het feit dat Mercedes zich vorig jaar al vrij snel op 2026 kon gaan richten, omdat de renstal geen rol van betekenis speelde in het WK. McLaren streed daarentegen tot de laatste race met twee coureurs tegen Verstappen om de wereldtitel.
De McLaren-malaise treft niet alleen de wereldkampioen, maar ook zijn stalgenoot Oscar Piastri. De Australiër crashte in Melbourne op weg naar de racestart en staat dit jaar op nul zondagse rondjes. Gevolg is dat McLaren veel minder meters heeft gemaakt dan de rivalen, maar Norris probeert de moed erin te houden.
"Er zit veel potentieel in deze auto. We zijn nog lang niet waar we willen zijn", zegt de nummer zes in de WK-stand. "Het komt ook door vorig seizoen. De titelstrijd doet ons nu een beetje pijn. Ferrari en Mercedes waren al eerder gefocust op 2026. Je kunt niet alles hebben."
Norris' teksten zijn een mix van realisme en een peptalk. "We weten dat we het zwaar krijgen, maar boeken vooruitgang in de fabriek en werken keihard. Het moet beter, maar het is ook weer niet zo dat alles slecht is. We zijn nog steeds het derde team qua snelheid. Natuurlijk zijn we liever de eerste, maar desastreus is het niet."
Geen woord over zijn droom: titelprolongatie. Ook als hij er expliciet naar wordt gevraagd, houdt Norris zich op de vlakte. "De tijd zal het leren. We hebben nog wat dingen in de pijplijn en zijn ambitieus. Ons doel is om later dit jaar weer te staan waar we horen, maar het is nu nog te vroeg om zo ver vooruit te denken."
Norris put hoop uit 2024, toen McLaren in de achterhoede begon en halverwege het jaar de macht greep. "Ik denk dat we toen meer dan 150 WK-punten achter Red Bull, Ferrari en Mercedes lagen. En toch kwamen we terug en wonnen we zelfs de wereldtitel voor constructeurs."
De 26-jarige Brit durft nog niet hardop te dromen van zo'n scenario. "Het gat tussen ons en de top is stevig. We moeten stap voor stap kijken. Eerst zorgen dat we op het podium finishen. Daarna mogen we gaan mikken op racezeges en pas daarna denken aan titels."
En die tweede wereldtitel? Norris geeft de moed niet op. "We klauteren omhoog en gaan het tij keren. Ik denk nog steeds dat we in de loop van het seizoen de beste auto kunnen hebben."
