Verstappen bijna onderaan in belangrijke statistiek, Red Bull-rookie treft hele veld af

De nieuwe krachtbron heeft in 2026 voor een aantal ingrijpende
veranderingen gezorgd. De huidige auto's accelereren sneller, maar
vallen stil richting het einde van het rechte stuk. Superclipping
en derating zijn aan het F1-idioom toegevoegd, net als boost ,
overtake en recharge mode . Het zorgt voor verdeeldheid bij fans.
Velen van hen kunnen de bijwerkingen niet waarderen. Een andere
bijkomstigheid van de nieuwe krachtbron is het verdwijnen van de
MGU-H. Dit onderdeel zorgde er niet alleen voor dat warmte uit
uitlaatgassen werd omgezet in elektrische energie, maar hielp ook
bij de aandrijving van de turbo. Nu de MGU-H weg is, moeten de
turbo's bij de start worden opgespoeld door de motor in stilstand
op hoge toeren te laten draaien. Om die reden is ook de
startprocedure veranderd. De FIA, coureurs en teams waren bang dat
motoren bij de start van de race een grote kans hadden om af te
slaan of ‘dood te vallen’. Dat zou gevaarlijke situaties kunnen
opleveren. Dankzij de nieuwe startprocedure zijn er geen ongelukken
bij de start gebeurd, al scheelde dat in Australië maar weinig.
Toch zijn er coureurs geweest met compleet mislukte starts,
waardoor ze helemaal terugvielen voordat ze de eerste bocht
bereikten. Grote invloed De starts hebben dit jaar tijdens de
eerste drie Grands Prix dus een grote invloed gehad. Maar wie
hebben daar het meest van geprofiteerd en wie waren over het
algemeen de grootste slachtoffers? Om een goede en eerlijke
vergelijking te maken, kijken we naar de startpositie en de positie
waarin een coureur door sector 1 kwam. Dat is goed te doen,
aangezien er tijdens de races geen crashes zijn geweest in de
eerste sector. Bovendien is dit het moment waarop het veld langzaam
begint te settelen in de eerste posities. Daarnaast worden posities
die gewonnen zijn doordat concurrenten zijn weggevallen door een
DNS gewoon meegeteld, om de analyse wat minder ingewikkeld te
maken. Deze ‘verloren’ posities worden overigens niet opgeteld bij
de coureurs die niet van start konden gaan. Een voorbeeld: Oscar
Piastri ging niet van start in Australië. Iedereen die achter hem
zou starten, wint in die zin automatisch een plek. Deze worden
meegeteld. Het feit dat Piastri van P5 naar ‘P21’ terugviel omdat
hij niet startte, wordt niet meegenomen. Daarnaast wordt
gebruikgemaakt van de gegevens van zowel de drie Grands Prix als de
sprintrace in China. Omdat niet iedere coureur alle vier de races
is gestart, worden de coureurs gerangschikt op een gemiddelde per
race in plaats van een absoluut totaal. Met deze factoren in het
achterhoofd ziet de lijst van beste en slechtste starters er als
volgt uit: Klassement beste/slechtste starters 2026 Wat valt op?
Het eerste wat direct opvalt, zijn de posities van George Russell,
Kimi Antonelli en Max Verstappen onderaan de lijst. Vooral voor de
twee laatstgenoemden ziet het er niet best uit. Verstappen kende
met name grote problemen in China, waar hij in totaal negentien
plaatsen verloor in de sprintrace en de Grand Prix. Antonelli lijkt
voorlopig nog een structureel probleem te hebben bij de starts.
Alleen die in China was degelijk, al kwam toen nog wel Lewis
Hamilton hem voorbij. De Ferrari’s doen het niet onverwacht goed in
deze lijst. Charles Leclerc en Hamilton winnen bij de start
gemiddeld zo’n twee posities. Dat is behoorlijk knap, aangezien er
gemiddeld genomen maar weinig auto’s voor hen starten. De race in
Japan was bovendien de eerste waarbij een andere auto dan de SF-26
na de eerste sector aan de leiding lag. Ook Alpine F1 Team doet het
goed bij de starts, met Pierre Gasly ruim in de plus, ondanks dat
hij gemiddeld vanaf P9 vertrekt. Een andere grote tegenvaller bij
de starts is Audi F1 Team. Het team heeft gekozen voor een
behoorlijk grote turbo in de krachtbron, terwijl Ferrari juist voor
een kleinere variant ging. Zowel Gabriel Bortoleto als Nico
Hülkenberg verliest daardoor vaak al direct de goede
uitgangspositie die ze in de kwalificatie hebben afgedwongen.
Vooral bij Hülkenberg is dat schrijnend: tijdens zijn beste start,
in China, verloor hij alsnog vijf plaatsen - en dat terwijl beide
McLarens al voor hem waren weggevallen. De grote winnaar bij de
starts is echter Arvid Lindblad, die gemiddeld bijna vier posities
wint bij de start. Ook Fernando Alonso en Carlos Sainz komen in de
buurt van dat gemiddelde, maar zij starten doorgaans verder naar
achteren op de grid. Daardoor is het inhalen van concurrenten
eenvoudiger en profiteren zij op papier vaker van auto’s die niet
van start konden gaan. Om die reden krijgt de Britse rookie de
eerste plaats in deze lijst.

Top Headlines

Oudere Top Headlines