Het Vaticaan hield Alonso uit bijzonder 'racestoeltje'
Toen paus Benedictus XVI in augustus 2011 Madrid bezocht voor de
Wereldjongerendagen, kwamen de organisatoren met een wel heel
onconventioneel idee. Zij stelden voor om de nationale held van
Spanje, Fernando Alonso, achter het stuur te zetten van de
iconische pausmobiel tijdens de rit door de Spaanse hoofdstad. Yago
de la Cierva, de coördinator van de pauselijke reizen naar Spanje
in die tijd, onthult dat het voorstel direct op felle weerstand
stuitte bij de officials van het Vaticaan. "In 2011 vroegen we
specifiek of Fernando Alonso de pausmobiel mocht besturen. Ze waren
diep beledigd en zeiden direct: 'Absoluut niet!'" blikt De la
Cierva terug. Vanuit het oogpunt van de organisatie was de gedachte
logisch. Alonso, die destijds voor Ferrari uitkwam in de Formule 1,
was op het absolute hoogtepunt van zijn populariteit in zijn
vaderland. Ondanks dat hij het in 2011 moest doen met een minder
competitieve bolide, wist hij dat jaar tien podiumplaatsen te
behalen en won hij de Britse Grand Prix op Silverstone. Bovendien
viel het pauselijke bezoek precies in de zomerstop van de Formule
1, een week voordat het circus weer zou neerstrijken op het
legendarische Spa-Francorchamps. De la Cierva probeerde de
officials nog te overtuigen van de rijvaardigheid van de tweevoudig
wereldkampioen. "Ik verdedigde het idee en zei: 'Ik denk wel dat
hij weet hoe hij moet rijden, de paus loopt echt geen gevaar.' Maar
zij bleven bij hun standpunt: het móést een agent van de nationale
politie zijn. En dat werd het uiteindelijk ook." Alonso moest het
die zomer dus doen met zijn Ferrari-pk's, terwijl de paus zich in
een rustiger tempo door Madrid liet vervoeren door een diender. Een
gemiste kans voor een iconisch sportmoment.
Wereldjongerendagen, kwamen de organisatoren met een wel heel
onconventioneel idee. Zij stelden voor om de nationale held van
Spanje, Fernando Alonso, achter het stuur te zetten van de
iconische pausmobiel tijdens de rit door de Spaanse hoofdstad. Yago
de la Cierva, de coördinator van de pauselijke reizen naar Spanje
in die tijd, onthult dat het voorstel direct op felle weerstand
stuitte bij de officials van het Vaticaan. "In 2011 vroegen we
specifiek of Fernando Alonso de pausmobiel mocht besturen. Ze waren
diep beledigd en zeiden direct: 'Absoluut niet!'" blikt De la
Cierva terug. Vanuit het oogpunt van de organisatie was de gedachte
logisch. Alonso, die destijds voor Ferrari uitkwam in de Formule 1,
was op het absolute hoogtepunt van zijn populariteit in zijn
vaderland. Ondanks dat hij het in 2011 moest doen met een minder
competitieve bolide, wist hij dat jaar tien podiumplaatsen te
behalen en won hij de Britse Grand Prix op Silverstone. Bovendien
viel het pauselijke bezoek precies in de zomerstop van de Formule
1, een week voordat het circus weer zou neerstrijken op het
legendarische Spa-Francorchamps. De la Cierva probeerde de
officials nog te overtuigen van de rijvaardigheid van de tweevoudig
wereldkampioen. "Ik verdedigde het idee en zei: 'Ik denk wel dat
hij weet hoe hij moet rijden, de paus loopt echt geen gevaar.' Maar
zij bleven bij hun standpunt: het móést een agent van de nationale
politie zijn. En dat werd het uiteindelijk ook." Alonso moest het
die zomer dus doen met zijn Ferrari-pk's, terwijl de paus zich in
een rustiger tempo door Madrid liet vervoeren door een diender. Een
gemiste kans voor een iconisch sportmoment.
