F1-wereld houdt adem in na horrorcrash Kubica - terugblik
Robert Kubica had de Formule 1-wereld al snel doen opkijken. De
Pool maakte halverwege 2006 zijn debuut voor BMW Sauber en
veroverde in pas zijn derde race een podiumplaats op Monza. Daarmee
verwierf hij direct de status van een van de meest veelbelovende
talenten op het grid. Het seizoen 2007 begon solide voor Kubica,
die inmiddels een volwaardig racezitje had. Hij scoorde regelmatig
punten en bewees mee te kunnen met de beste middenmoters van het
veld, al bleef een echte uitschieter nog uit. Maar op 10 juni 2007,
tijdens de Grand Prix van Canada, leek zijn veelbelovende carrière
abrupt ten einde te kunnen komen. Kubica startte die zondag vanaf
de achtste positie op het Circuit Gilles Villeneuve. De race
verliep in de eerste helft zonder grote hoogtepunten voor de Pool,
die zich in het middenveld ophield, net buiten de punten. Na een
safetycar in ronde 22 hergroepeerde het veld zich en kwam Kubica in
ronde 27 in gevecht met de Toyota van Jarno Trulli richting de
hairpin. Wat volgde, was een van de meest spectaculaire crashes van
de afgelopen twintig jaar. Angstaanjagende crash Kubica raakte bij
het remmen de achterkant van Trulli's auto, waardoor zijn BMW
Sauber van de baan schoot, in het gras terechtkwam en door een
klein bultje met de voorwielen van de grond werd gelanceerd. Kubica
werd passagier in zijn eigen auto, terwijl de wagen uiteindelijk
met hoge snelheid tegen een betonnen muur klapte. De impact bedroeg
maar liefst 75 g. Vrijwel alles brak van de wagen af: wielen, neus,
sidepods en carrosseriedelen vlogen in het rond. De auto rolde
vervolgens over de baan, raakte de tegenoverliggende muur en kwam
uiteindelijk op zijn zij tot stilstand. Kubica’s voeten waren
zichtbaar door de opengescheurde neus, een beeld dat deed vrezen
voor het ergste. Verbazingwekkend genoeg bleek Kubica slechts een
lichte hersenschudding en een verstuikte enkel te hebben opgelopen.
De Pool miste uit voorzorg de race in Indianapolis een week later,
maar keerde daarna direct terug. Zijn afwezigheid betekende
overigens het officiële Formule 1-debuut van een jonge Duitser
genaamd Sebastian Vettel. Een raceweekend later stond Kubica alweer
aan de start. Hij bekroonde zijn snelle rentree met een knappe
vierde plaats op Magny-Cours. Succesvolle terugkeer Precies een
jaar later kreeg Kubica de kans om zich te revancheren voor zijn
megacrash. Hij keerde terug naar het Circuit Gilles Villeneuve, dit
keer als een van de outsiders voor de wereldtitel. Hij startte
vanaf de tweede positie, achter Lewis Hamilton. De chaotische race
pakte perfect voor hem uit. Hamilton elimineerde zichzelf en Kimi
Räikkönen in de pitstraat nadat hij een rood licht had gemist.
Kubica profiteerde optimaal, passeerde teamgenoot Nick Heidfeld en
controleerde de race op weg naar zijn eerste - en uiteindelijk
enige - overwinning in de Formule 1. Met die zege nam hij ook de
leiding in het wereldkampioenschap over met 42 punten, vier meer
dan Hamilton en Felipe Massa. Wereldkampioen zou hij dat jaar niet
worden. Toch had hij nog alle tijd om die droom in vervulling te
laten gaan, ware het niet dat hij in 2011 opnieuw een enorme crash
meemaakte. Dit keer in een rallyauto, en daar kwam hij een stuk
slechter vanaf: een deel van zijn onderarm moest worden
geamputeerd. Hoewel er een deal bij Ferrari klaag leek te liggen,
moest hij noodgedwongen een einde maken aan zijn Formule
1-carrière. Tussen 2019 en 2021 keerde hij echter nog terug bij
Williams en Alfa Romeo. In 2025 volgde misschien wel het grootste
succes uit zijn autosportcarrière, toen hij de 24 uur van Le Mans
won.
Pool maakte halverwege 2006 zijn debuut voor BMW Sauber en
veroverde in pas zijn derde race een podiumplaats op Monza. Daarmee
verwierf hij direct de status van een van de meest veelbelovende
talenten op het grid. Het seizoen 2007 begon solide voor Kubica,
die inmiddels een volwaardig racezitje had. Hij scoorde regelmatig
punten en bewees mee te kunnen met de beste middenmoters van het
veld, al bleef een echte uitschieter nog uit. Maar op 10 juni 2007,
tijdens de Grand Prix van Canada, leek zijn veelbelovende carrière
abrupt ten einde te kunnen komen. Kubica startte die zondag vanaf
de achtste positie op het Circuit Gilles Villeneuve. De race
verliep in de eerste helft zonder grote hoogtepunten voor de Pool,
die zich in het middenveld ophield, net buiten de punten. Na een
safetycar in ronde 22 hergroepeerde het veld zich en kwam Kubica in
ronde 27 in gevecht met de Toyota van Jarno Trulli richting de
hairpin. Wat volgde, was een van de meest spectaculaire crashes van
de afgelopen twintig jaar. Angstaanjagende crash Kubica raakte bij
het remmen de achterkant van Trulli's auto, waardoor zijn BMW
Sauber van de baan schoot, in het gras terechtkwam en door een
klein bultje met de voorwielen van de grond werd gelanceerd. Kubica
werd passagier in zijn eigen auto, terwijl de wagen uiteindelijk
met hoge snelheid tegen een betonnen muur klapte. De impact bedroeg
maar liefst 75 g. Vrijwel alles brak van de wagen af: wielen, neus,
sidepods en carrosseriedelen vlogen in het rond. De auto rolde
vervolgens over de baan, raakte de tegenoverliggende muur en kwam
uiteindelijk op zijn zij tot stilstand. Kubica’s voeten waren
zichtbaar door de opengescheurde neus, een beeld dat deed vrezen
voor het ergste. Verbazingwekkend genoeg bleek Kubica slechts een
lichte hersenschudding en een verstuikte enkel te hebben opgelopen.
De Pool miste uit voorzorg de race in Indianapolis een week later,
maar keerde daarna direct terug. Zijn afwezigheid betekende
overigens het officiële Formule 1-debuut van een jonge Duitser
genaamd Sebastian Vettel. Een raceweekend later stond Kubica alweer
aan de start. Hij bekroonde zijn snelle rentree met een knappe
vierde plaats op Magny-Cours. Succesvolle terugkeer Precies een
jaar later kreeg Kubica de kans om zich te revancheren voor zijn
megacrash. Hij keerde terug naar het Circuit Gilles Villeneuve, dit
keer als een van de outsiders voor de wereldtitel. Hij startte
vanaf de tweede positie, achter Lewis Hamilton. De chaotische race
pakte perfect voor hem uit. Hamilton elimineerde zichzelf en Kimi
Räikkönen in de pitstraat nadat hij een rood licht had gemist.
Kubica profiteerde optimaal, passeerde teamgenoot Nick Heidfeld en
controleerde de race op weg naar zijn eerste - en uiteindelijk
enige - overwinning in de Formule 1. Met die zege nam hij ook de
leiding in het wereldkampioenschap over met 42 punten, vier meer
dan Hamilton en Felipe Massa. Wereldkampioen zou hij dat jaar niet
worden. Toch had hij nog alle tijd om die droom in vervulling te
laten gaan, ware het niet dat hij in 2011 opnieuw een enorme crash
meemaakte. Dit keer in een rallyauto, en daar kwam hij een stuk
slechter vanaf: een deel van zijn onderarm moest worden
geamputeerd. Hoewel er een deal bij Ferrari klaag leek te liggen,
moest hij noodgedwongen een einde maken aan zijn Formule
1-carrière. Tussen 2019 en 2021 keerde hij echter nog terug bij
Williams en Alfa Romeo. In 2025 volgde misschien wel het grootste
succes uit zijn autosportcarrière, toen hij de 24 uur van Le Mans
won.
