Geen redding voor Verstappen of Hamilton; dit doen de duikers in Monaco wél

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de mythe is gebaseerd
op historische feiten. In de jaren '50 en '60 was de veiligheid ver
te zoeken; slechts een paar strobalen scheidden de coureurs van de
Middellandse Zee. Het ging dan ook twee keer spectaculair mis.
Zowel Alberto Ascari (1955) als Paul Hawkins (1965) vloog met auto
en al de haven in. In die tijd stelde de Monegaskische brandweer
inderdaad 'kikvorsmannen' aan die stand-by stonden voor de
coureurs. Tegenwoordig is dat scenario echter onmogelijk. Door de
strenge veiligheidseisen van de FIA is het circuit rondom de haven
hermetisch afgesloten met metershoge TecPro-barrières, betonblokken
en ijzersterke vanghekken. Een F1-auto kan simpelweg de haven niet
meer in vliegen. Waarom dan toch duikers in Monaco? Toch zijn er
tijdens het raceweekend nog altijd duikers actief in Port Hercules.
Hun doelgroep is alleen drastisch veranderd: ze zijn er niet voor
de coureurs, maar voor de toeschouwers. De haven ligt tijdens de
Grand Prix bomvol met peperdure superjachten. De combinatie van
rijkelijk vloeiende alcohol, overvolle dekken en diep water zorgt
voor een permanent risico. De duikers staan paraat om VIP-gasten of
crewleden die overboord slaan direct te redden. Conclusie: Ja, er
zijn duikers in de haven van Monaco, maar de mythe is ontkracht. Ze
liggen er niet voor een gecrashte Max Verstappen of Lewis Hamilton,
maar puur om feestvierende miljonairs te behoeden voor een
verdrinkingsdood.

Top Headlines

Oudere Top Headlines