Brundle typeert Monaco: "Bloed uit je handpalmen"
Niet alle fans zijn even gecharmeerd van de GP van Monaco, maar
voor coureurs is het stratencircuit in de dwergstaat een van de
hoogtepunten van het jaar. Technologisch geavanceerde bolides
navigeren met hoge snelheid door de smalle straten en scherpe
bochten, waarbij één foutje direct het einde van je race betekent.
Tegenwoordig zijn F1-auto’s uitgerust met hulpmiddelen als een
semiautomatische versnellingsbak en stuurbekrachtiging. Deze werden
echter pas eind jaren ’80 en begin jaren ’90 geïntroduceerd. Voor
die tijd moesten coureurs nog schakelen met een pook en kregen ze
geen hydraulische hulp bij het draaien aan het stuur. De sport was
in die tijd dan ook een stuk fysieker, zeker op een circuit als dat
in Monaco. Martin Brundle reed zelf tussen 1984 en 1996 in de
koningsklasse van de autosport en heeft dus beide kanten van de
medaille gekend. De Brit stond zelf tien keer aan de start van de
prestigieuze Grand Prix en werd één keer tweede (in 1994). Hij kan
zich nog goed voor de geest halen hoe extreem zwaar de race was
vóór de introductie van de hulpmiddelen. "Het was enorm fysiek
destijds. We schakelden zo’n 3.000 keer in een race", vertelt hij
bij Sky Sports. Bloedende handen "Het bloed liep letterlijk uit je
handpalmen. We tapeten onze handen in met tank tape, duct tape, om
het een beetje te beschermen, of met wat pleisters of zoiets. We
hadden geen stuurbekrachtiging of iets dergelijks, dus die auto’s
waren extreem zwaar om te rijden", vervolgt Brundle. "Je ging de
race in met het gevoel: dit is zwaar. Het is meedogenloos. Eén fout
en je ligt uit de Grand Prix. En dan kwam je langs de pits en werd
er op het pitbord getoond: nog 50 ronden te gaan. Dan dacht je
echt: je maakt een grap, ik dacht dat we al halverwege waren!" Dat
het vroeger anders was, betekent niet dat Brundle denkt dat de
coureurs tegenwoordig fluitend over het circuit racen: "Het is
hetzelfde gebleven sinds ik daar in de jaren tachtig reed. Het was
precies hetzelfde, ongeacht welke generatie Formule 1-auto’s we
toen hadden. Het is zwaar. Het was toen zwaar. En alles wat zo snel
gaat, blijft gewoon zwaar."
voor coureurs is het stratencircuit in de dwergstaat een van de
hoogtepunten van het jaar. Technologisch geavanceerde bolides
navigeren met hoge snelheid door de smalle straten en scherpe
bochten, waarbij één foutje direct het einde van je race betekent.
Tegenwoordig zijn F1-auto’s uitgerust met hulpmiddelen als een
semiautomatische versnellingsbak en stuurbekrachtiging. Deze werden
echter pas eind jaren ’80 en begin jaren ’90 geïntroduceerd. Voor
die tijd moesten coureurs nog schakelen met een pook en kregen ze
geen hydraulische hulp bij het draaien aan het stuur. De sport was
in die tijd dan ook een stuk fysieker, zeker op een circuit als dat
in Monaco. Martin Brundle reed zelf tussen 1984 en 1996 in de
koningsklasse van de autosport en heeft dus beide kanten van de
medaille gekend. De Brit stond zelf tien keer aan de start van de
prestigieuze Grand Prix en werd één keer tweede (in 1994). Hij kan
zich nog goed voor de geest halen hoe extreem zwaar de race was
vóór de introductie van de hulpmiddelen. "Het was enorm fysiek
destijds. We schakelden zo’n 3.000 keer in een race", vertelt hij
bij Sky Sports. Bloedende handen "Het bloed liep letterlijk uit je
handpalmen. We tapeten onze handen in met tank tape, duct tape, om
het een beetje te beschermen, of met wat pleisters of zoiets. We
hadden geen stuurbekrachtiging of iets dergelijks, dus die auto’s
waren extreem zwaar om te rijden", vervolgt Brundle. "Je ging de
race in met het gevoel: dit is zwaar. Het is meedogenloos. Eén fout
en je ligt uit de Grand Prix. En dan kwam je langs de pits en werd
er op het pitbord getoond: nog 50 ronden te gaan. Dan dacht je
echt: je maakt een grap, ik dacht dat we al halverwege waren!" Dat
het vroeger anders was, betekent niet dat Brundle denkt dat de
coureurs tegenwoordig fluitend over het circuit racen: "Het is
hetzelfde gebleven sinds ik daar in de jaren tachtig reed. Het was
precies hetzelfde, ongeacht welke generatie Formule 1-auto’s we
toen hadden. Het is zwaar. Het was toen zwaar. En alles wat zo snel
gaat, blijft gewoon zwaar."
