De nieuwe F1-wereldkampioen is... wéér niet Charles Leclerc!
Wie het weet, moet het maar even komen zeggen. Charles Leclerc is
hard op weg om de coureur te worden met de meeste Grands Prix voor
Ferrari achter zijn naam. Het aantal overwinningen achter zijn naam
staat echter niet in verhouding. De teller staat op het moment van
schrijven op acht. In zijn achtste seizoen brengt dat het
gemiddelde op één overwinning per jaar. Loyaliteit over en weer is
mooi en dat kun je zowel Ferrari als Leclerc niet ontzeggen, maar
de vraag rijst dan toch: wat koop je daarvoor? Leclerc is
ontegenzeggelijk een zeer begenadigd autocoureur, één van de
snelsten op de grid als handen en voeten goed met elkaar
samenwerken. Maar wanneer gaan we dan eindelijk eens de kampioen in
Leclerc naar boven zien komen? Wanneer kruipt hij onder het juk van
de 'eeuwige belofte' vandaan? Dat nieuwe contract is mooi en vooral
lucratief, maar afgelopen weekend in Monaco hebben we kunnen zien
waarom de kans groot is dat hij nooit kampioen gaat worden. Want
wanneer slaat hij nou eens met de vuist op tafel? En dan voor de
verandering eens niet achteraf? Hij kreeg in Monaco de call om naar
binnen te komen, terwijl hij zelf liever buiten bleef. Maar als je
werkelijk zo overtuigd bent van je eigenlijk gelijk, stuur dan toch
gewoon voorbij de pitsingang. Niemand die je tegenhoudt! Maar dat
is het met Leclerc. Hij neemt het stuur wel ter hand, maar nooit de
touwtjes. Het is altijd achteraf klagen in een team dat nu eenmaal
niet grossiert in meesterlijke strategische beslissingen. Soms is
'nee' ook een antwoord. Sterker nog, Ferrari smacht misschien wel
naar dat soort assertiviteit van hun oogappel. Sprookjes- of
verstandshuwelijk? Daar komt nog bij dat Leclerc, om echt een gooi
te doen naar de wereldtitel, te vaak zelf fouten blijft maken. Te
vaak zet hij de neus nog tegen de vangrails dan wel bandenstapels,
waarmee kostbare punten worden weggegooid. Ter verdediging van de
Monegask: als je auto jaar in jaar uit steevast nét niet snel
genoeg is, moet je iets forceren en soms gaat het mis. En zo houden
Ferrari en Leclerc elkaar misschien wel in stand; allebei met het
onvermogen om de ander boven een bepaald plafond te tillen.
Wellicht dat ze zich mede daardoor ook wel zo veilig en goed bij
elkaar voelen, wie zal het zeggen? Maar inmiddels lijkt van een
sprookjeshuwelijk al enige tijd geen sprake meer, eerder een
verstandshuwelijk, gebouwd op een paar gelukkige momenten per jaar.
hard op weg om de coureur te worden met de meeste Grands Prix voor
Ferrari achter zijn naam. Het aantal overwinningen achter zijn naam
staat echter niet in verhouding. De teller staat op het moment van
schrijven op acht. In zijn achtste seizoen brengt dat het
gemiddelde op één overwinning per jaar. Loyaliteit over en weer is
mooi en dat kun je zowel Ferrari als Leclerc niet ontzeggen, maar
de vraag rijst dan toch: wat koop je daarvoor? Leclerc is
ontegenzeggelijk een zeer begenadigd autocoureur, één van de
snelsten op de grid als handen en voeten goed met elkaar
samenwerken. Maar wanneer gaan we dan eindelijk eens de kampioen in
Leclerc naar boven zien komen? Wanneer kruipt hij onder het juk van
de 'eeuwige belofte' vandaan? Dat nieuwe contract is mooi en vooral
lucratief, maar afgelopen weekend in Monaco hebben we kunnen zien
waarom de kans groot is dat hij nooit kampioen gaat worden. Want
wanneer slaat hij nou eens met de vuist op tafel? En dan voor de
verandering eens niet achteraf? Hij kreeg in Monaco de call om naar
binnen te komen, terwijl hij zelf liever buiten bleef. Maar als je
werkelijk zo overtuigd bent van je eigenlijk gelijk, stuur dan toch
gewoon voorbij de pitsingang. Niemand die je tegenhoudt! Maar dat
is het met Leclerc. Hij neemt het stuur wel ter hand, maar nooit de
touwtjes. Het is altijd achteraf klagen in een team dat nu eenmaal
niet grossiert in meesterlijke strategische beslissingen. Soms is
'nee' ook een antwoord. Sterker nog, Ferrari smacht misschien wel
naar dat soort assertiviteit van hun oogappel. Sprookjes- of
verstandshuwelijk? Daar komt nog bij dat Leclerc, om echt een gooi
te doen naar de wereldtitel, te vaak zelf fouten blijft maken. Te
vaak zet hij de neus nog tegen de vangrails dan wel bandenstapels,
waarmee kostbare punten worden weggegooid. Ter verdediging van de
Monegask: als je auto jaar in jaar uit steevast nét niet snel
genoeg is, moet je iets forceren en soms gaat het mis. En zo houden
Ferrari en Leclerc elkaar misschien wel in stand; allebei met het
onvermogen om de ander boven een bepaald plafond te tillen.
Wellicht dat ze zich mede daardoor ook wel zo veilig en goed bij
elkaar voelen, wie zal het zeggen? Maar inmiddels lijkt van een
sprookjeshuwelijk al enige tijd geen sprake meer, eerder een
verstandshuwelijk, gebouwd op een paar gelukkige momenten per jaar.
