Indrukwekkende Verstappen compenseert hatelijk probleem op weg naar laatste F1-punten ooit

Het had zoveel meer kunnen zijn. Verstappen maakte een bliksemstart
en schoof in de eerste ronden langs Kimi Räikkönen en Eddie Irvine.
In ronde vier lag hij al zesde. Een ronde later zette hij de
snelste raceronde neer, een 1:13.282, en verschalkte hij nota bene
David Coulthard voor de vijfde positie. Even later, mede door de
uitvalbeurt van Ralf Schumacher en het incident tussen Juan Pablo
Montoya en Michael Schumacher, lag de Limburger zelfs tweede. Een
Arrows op podiumkoers; het leek te mooi om waar te zijn. Dat was
het ook. De kleine brandstoftank als vloek De Arrows A22 had een
bewust klein ontworpen brandstoftank. Het idee erachter was simpel:
minder brandstof betekent minder gewicht, en dus meer snelheid in
de openingsstints. Het probleem was even voorspelbaar als
onvermijdelijk. Waar concurrenten met één of twee pitstops konden
volstaan, moest Verstappen twee of zelfs drie keer tanken. Elke
stop kostte hem de posities die hij met briljant rijden had
opgebouwd. Zodra zijn eerste pitstop kwam, zakte Verstappen terug
naar de zevende positie. De rest van de race werd een oefening in
schadebeperking. Uiteindelijk finishte hij als zesde, een ronde
achter racewinnaar Coulthard, maar nog altijd vier seconden voor de
Jaguar van Irvine. Oostenrijk was geen incident. In Maleisië eerder
dat jaar reed Verstappen vanuit de achttiende startpositie eveneens
naar de tweede plek, om vervolgens door diezelfde tankstrategie
terug te vallen. Het was het verhaal van zijn hele seizoen bij
Arrows: spectaculaire openingsronden, gevolgd door de
onvermijdelijke pitstops die alles weer tenietdeden. Aan het einde
van 2001 stond Verstappen op slechts één WK-punt. Het cijfer
vertelt niets over de snelheid die hij dat seizoen liet zien, en
alles over een auto die hem simpelweg niet de middelen gaf om zijn
talent te verzilveren.

Top Headlines

Oudere Top Headlines