McLaren geeft groot nadeel van Mercedes-samenwerking toe
McLaren beleefde een fantastische periode in 2024 en 2025. Het team
uit Woking kroonde zich tweemaal tot constructeurskampioen en Lando
Norris pakte in 2025 de wereldtitel bij de coureurs. Daarmee was
McLaren het eerste klantenteam in het turbo-hybride tijdperk dat
dit huzarenstukje klaarspeelde. Dit jaar loopt de titelverdediging
echter stroef. Volgens McLaren-teambaas Andrea Stella zorgt het
feit dat de renstal een klantenteam is ervoor dat het momenteel
kwetsbaar is. Van de huidige top vier-teams is McLaren het enige
team dat geen eigen motor bouwt. Het team koopt de krachtbronnen in
bij Mercedes High Performance Powertrains (HPP). Hoewel die
samenwerking de afgelopen jaren succesvol was, zorgt de
complexiteit van de nieuwe 2026-motoren nu voor zand in de motor.
Een combinatie van onbetrouwbaarheid en kinderziektes bij Mercedes
HPP eist zijn tol. Het absolute dieptepunt vond plaats in China,
waar zowel Lando Norris als Oscar Piastri de start niet haalden na
hardnekkige glitches in de krachtbron. Stella legt in gesprek met
onder meer RacingNews365 uit waarom McLaren juist nu, met de komst
van de nieuwe reglementen, de pijn voelt van het niet zijn van een
fabrieksteam: "Ik heb het al eerder gezegd: we hebben nog nooit zo
duidelijk gemerkt dat het zijn van een klantenteam ons op een
achterstand zet." De Italiaan wil echter direct een misverstand uit
de wereld helpen: het ligt absoluut niet aan de onwil van Mercedes:
"Laat ik duidelijk zijn om misverstanden te voorkomen: het is niet
zo dat we een lagere prioriteit hebben voor Mercedes HPP. Het punt
is dat je simpelweg minder mogelijkheden hebt om te integreren. Je
zit niet op dezelfde tijdlijn als het gaat om het aanpakken van
betrouwbaarheidsproblemen of het maximaliseren van de prestaties
van de motor." Hand in eigen boezem Als fabrieksteam heb je volgens
Stella enorme voordelen bij het testproces, iets wat McLaren nu
mist: "Wanneer je experimenten doet aan de chassis-kant, kun je dat
als fabrieksteam direct koppelen aan een lange run met de
krachtbron. Er zijn talloze redenen waarom je als fabrieksteam
voordeel hebt, zeker nu we te maken hebben met zo'n gigantische
technische reglementswijziging op motorisch gebied." Toch weigert
de teambaas de schuld volledig in de schoenen van de Duitse
fabrikant te schuiven: "Veel problemen zijn gerelateerd aan de
krachtbron, maar er zijn er ook bij, zoals het
versnellingsbakprobleem van Lando in Canada, die puur aan de kant
van McLaren liggen. Ik wil dus fair blijven richting onze
motorleverancier, met wie we een fantastische en zeer succesvolle
relatie hebben. Die band is nog altijd geweldig." Juist die goede
verstandhouding moet McLaren nu uit het slop trekken. Alleen
reageren op incidenten is volgens Stella echter niet meer genoeg.
De communicatie tussen Woking en Brixworth moet intensiever. "De
goede relatie stelt ons in staat om elk probleem te evalueren,
ervan te leren en het technisch op te lossen." "Maar als je vooraf
niet weet wat er aan de hand is, is dat niet voldoende. We moeten
de diepgang, intensiteit en effectiviteit van onze meetings en
processen herzien. Dat geldt voor de informatievoorziening van
fabriek naar fabriek, van circuit naar circuit, en van het circuit
terug naar de fabriek", besluit de McLaren-teambaas.
uit Woking kroonde zich tweemaal tot constructeurskampioen en Lando
Norris pakte in 2025 de wereldtitel bij de coureurs. Daarmee was
McLaren het eerste klantenteam in het turbo-hybride tijdperk dat
dit huzarenstukje klaarspeelde. Dit jaar loopt de titelverdediging
echter stroef. Volgens McLaren-teambaas Andrea Stella zorgt het
feit dat de renstal een klantenteam is ervoor dat het momenteel
kwetsbaar is. Van de huidige top vier-teams is McLaren het enige
team dat geen eigen motor bouwt. Het team koopt de krachtbronnen in
bij Mercedes High Performance Powertrains (HPP). Hoewel die
samenwerking de afgelopen jaren succesvol was, zorgt de
complexiteit van de nieuwe 2026-motoren nu voor zand in de motor.
Een combinatie van onbetrouwbaarheid en kinderziektes bij Mercedes
HPP eist zijn tol. Het absolute dieptepunt vond plaats in China,
waar zowel Lando Norris als Oscar Piastri de start niet haalden na
hardnekkige glitches in de krachtbron. Stella legt in gesprek met
onder meer RacingNews365 uit waarom McLaren juist nu, met de komst
van de nieuwe reglementen, de pijn voelt van het niet zijn van een
fabrieksteam: "Ik heb het al eerder gezegd: we hebben nog nooit zo
duidelijk gemerkt dat het zijn van een klantenteam ons op een
achterstand zet." De Italiaan wil echter direct een misverstand uit
de wereld helpen: het ligt absoluut niet aan de onwil van Mercedes:
"Laat ik duidelijk zijn om misverstanden te voorkomen: het is niet
zo dat we een lagere prioriteit hebben voor Mercedes HPP. Het punt
is dat je simpelweg minder mogelijkheden hebt om te integreren. Je
zit niet op dezelfde tijdlijn als het gaat om het aanpakken van
betrouwbaarheidsproblemen of het maximaliseren van de prestaties
van de motor." Hand in eigen boezem Als fabrieksteam heb je volgens
Stella enorme voordelen bij het testproces, iets wat McLaren nu
mist: "Wanneer je experimenten doet aan de chassis-kant, kun je dat
als fabrieksteam direct koppelen aan een lange run met de
krachtbron. Er zijn talloze redenen waarom je als fabrieksteam
voordeel hebt, zeker nu we te maken hebben met zo'n gigantische
technische reglementswijziging op motorisch gebied." Toch weigert
de teambaas de schuld volledig in de schoenen van de Duitse
fabrikant te schuiven: "Veel problemen zijn gerelateerd aan de
krachtbron, maar er zijn er ook bij, zoals het
versnellingsbakprobleem van Lando in Canada, die puur aan de kant
van McLaren liggen. Ik wil dus fair blijven richting onze
motorleverancier, met wie we een fantastische en zeer succesvolle
relatie hebben. Die band is nog altijd geweldig." Juist die goede
verstandhouding moet McLaren nu uit het slop trekken. Alleen
reageren op incidenten is volgens Stella echter niet meer genoeg.
De communicatie tussen Woking en Brixworth moet intensiever. "De
goede relatie stelt ons in staat om elk probleem te evalueren,
ervan te leren en het technisch op te lossen." "Maar als je vooraf
niet weet wat er aan de hand is, is dat niet voldoende. We moeten
de diepgang, intensiteit en effectiviteit van onze meetings en
processen herzien. Dat geldt voor de informatievoorziening van
fabriek naar fabriek, van circuit naar circuit, en van het circuit
terug naar de fabriek", besluit de McLaren-teambaas.
