Audi komt met 'uniek alternatief' voor belangrijke nieuwe FIA-regeling
De Formule 1 wacht nog altijd op de officiële bekendmaking van de
FIA over welke motorfabrikanten in aanmerking komen voor Additional
Development and Upgrade Opportunities (ADUO). Fabrikanten die deze
steun ontvangen, mogen upgrades doorvoeren aan hun krachtbronnen.
Het huidige systeem werkt als volgt: de FIA meet de prestaties van
de verbrandingsmotor (ICE) van alle vijf de motorleveranciers.
Vervolgens krijgen de fabrikanten die achterblijven op de benchmark
extra ontwikkelingsmogelijkheden. Audi-topman Mattia Binotto heeft
echter voorgesteld om het ADUO-systeem van de FIA te veranderen
naar een nieuw systeem dat beter overeenkomt met de huidige
technische reglementen rondom de ontwikkeling van het chassis.
Sinds 2021 worden de beschikbare windtunneltijd en CFD-capaciteit
verdeeld volgens een glijdende schaal. De regerend
constructeurskampioen krijgt de minste ontwikkelingsruimte, terwijl
het team dat als laatste eindigt de meeste tijd ontvangt. Tijdens
het seizoen wordt die verdeling aangepast op basis van de actuele
stand in het kampioenschap. Binotto stelt voor om een vergelijkbaar
model toe te passen op de powerunits, zodat fabrikanten die
achterlopen meer mogelijkheden krijgen om hun achterstand weg te
werken: "We beschikken over nauwkeurige sensoren op de auto waarmee
we het vermogensverschil kunnen meten. De vraag is dan: is het
juist om ADUO uitsluitend te baseren op een verschil in kilowatt?
Daar kun je over discussiëren", verklaart Binotto tegenover diverse
media. Logisch en eenvoudig De Audi-teambaas gelooft dat het
systeem dat voor de chassisontwikkeling wordt gebruikt mogelijk ook
beter werkt voor de krachtbron: "Voor het chassis bestaat in feite
al een vergelijkbaar systeem, al draagt het een andere naam. Teams
die lager staan in het kampioenschap krijgen meer
ontwikkelingsmogelijkheden, zoals extra windtunneltijd. Dat is een
manier om de prestaties van het veld dichter bij elkaar te
brengen." "Misschien zouden we een systeem moeten invoeren dat
sterk lijkt op dat voor chassisontwikkeling, waarbij je uitgaat van
de resultaten uit voorgaande seizoenen. Als het doel is om de
onderlinge verschillen te verkleinen, dan is dat mogelijk de meest
logische en eenvoudigste aanpak. Bovendien krijg je dan één uniform
kader voor zowel chassis als krachtbronnen." "Op die manier krijgen
de sterkste teams geen extra voordelen, terwijl de langzaamste
teams of fabrikanten juist meer mogelijkheden krijgen om zich te
ontwikkelen." Ondanks zijn kritiek benadrukte Binotto dat hij
vertrouwen heeft in de huidige aanpak van de FIA: "Zo zijn de
regels nu eenmaal opgesteld en ik denk dat we volledig op de FIA
moeten vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat de FIA een
zorgvuldige beoordeling heeft gemaakt. Voor de toekomst moeten we
ons misschien afvragen of er een andere manier moet komen om die
ontwikkelingsruimte te verdelen. Misschien is dat inderdaad de
juiste weg", besluit de Italiaan.
FIA over welke motorfabrikanten in aanmerking komen voor Additional
Development and Upgrade Opportunities (ADUO). Fabrikanten die deze
steun ontvangen, mogen upgrades doorvoeren aan hun krachtbronnen.
Het huidige systeem werkt als volgt: de FIA meet de prestaties van
de verbrandingsmotor (ICE) van alle vijf de motorleveranciers.
Vervolgens krijgen de fabrikanten die achterblijven op de benchmark
extra ontwikkelingsmogelijkheden. Audi-topman Mattia Binotto heeft
echter voorgesteld om het ADUO-systeem van de FIA te veranderen
naar een nieuw systeem dat beter overeenkomt met de huidige
technische reglementen rondom de ontwikkeling van het chassis.
Sinds 2021 worden de beschikbare windtunneltijd en CFD-capaciteit
verdeeld volgens een glijdende schaal. De regerend
constructeurskampioen krijgt de minste ontwikkelingsruimte, terwijl
het team dat als laatste eindigt de meeste tijd ontvangt. Tijdens
het seizoen wordt die verdeling aangepast op basis van de actuele
stand in het kampioenschap. Binotto stelt voor om een vergelijkbaar
model toe te passen op de powerunits, zodat fabrikanten die
achterlopen meer mogelijkheden krijgen om hun achterstand weg te
werken: "We beschikken over nauwkeurige sensoren op de auto waarmee
we het vermogensverschil kunnen meten. De vraag is dan: is het
juist om ADUO uitsluitend te baseren op een verschil in kilowatt?
Daar kun je over discussiëren", verklaart Binotto tegenover diverse
media. Logisch en eenvoudig De Audi-teambaas gelooft dat het
systeem dat voor de chassisontwikkeling wordt gebruikt mogelijk ook
beter werkt voor de krachtbron: "Voor het chassis bestaat in feite
al een vergelijkbaar systeem, al draagt het een andere naam. Teams
die lager staan in het kampioenschap krijgen meer
ontwikkelingsmogelijkheden, zoals extra windtunneltijd. Dat is een
manier om de prestaties van het veld dichter bij elkaar te
brengen." "Misschien zouden we een systeem moeten invoeren dat
sterk lijkt op dat voor chassisontwikkeling, waarbij je uitgaat van
de resultaten uit voorgaande seizoenen. Als het doel is om de
onderlinge verschillen te verkleinen, dan is dat mogelijk de meest
logische en eenvoudigste aanpak. Bovendien krijg je dan één uniform
kader voor zowel chassis als krachtbronnen." "Op die manier krijgen
de sterkste teams geen extra voordelen, terwijl de langzaamste
teams of fabrikanten juist meer mogelijkheden krijgen om zich te
ontwikkelen." Ondanks zijn kritiek benadrukte Binotto dat hij
vertrouwen heeft in de huidige aanpak van de FIA: "Zo zijn de
regels nu eenmaal opgesteld en ik denk dat we volledig op de FIA
moeten vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat de FIA een
zorgvuldige beoordeling heeft gemaakt. Voor de toekomst moeten we
ons misschien afvragen of er een andere manier moet komen om die
ontwikkelingsruimte te verdelen. Misschien is dat inderdaad de
juiste weg", besluit de Italiaan.
