Waarom de Formule 1 niet zonder Ferrari kan en andersom
Of je pas net de Formule 1 volgt of al decennia een trouwe kijker bent; het team Ferrari spreekt haast bij iedereen tot de verbeelding. Als het team dat het langste meerijdt in de koningsklasse heeft Ferrari een haast mythische status. Niet zo gek wanneer je als renstal zestien constructeurs- en vijftien rijderstitels bij elkaar hebt gereden.
Sinds het eerste wereldkampioenschap, in 1950, neemt Ferrari al deel aan de Formule 1. De successen volgden snel. Al in 1952 en 1953 bezorgde Alberto Ascari, tot op heden de laatste Italiaanse kampioen in de Formule 1, de Scuderia de eerste wereldtitels. Daarna zouden er nog velen volgen. De kampioenschappen bezorgden het team status. Er zijn weinig coureurs die niet voor Ferrari zouden willen rijden. De eer om voor Ferrari te rijden is nog steeds één van de grootsten in de Formule 1.
Die erepositie brengt ook druk met zich mee, zeker wanneer er geen successen worden geboekt. Ook die perioden zijn er in de geschiedenis van Ferrari. Tussen 1964 en 1975 moest Ferrari elf jaar wachten op een nieuwe constructeurs- en coureurstitel en nu wachten de tifosi al twaalf jaar op een nieuw kampioenschap. Maar dat was nog niets vergeleken met de langste periode zonder wk-titel.
Na 1979 moest Ferrari liefst 21 jaar wachten op de volgende, verlossende prijs. Met Michael Schumacher als coureur, Jean Todt als teambaas en Ross Brawn als technisch directeur brak de meest dominante periode van Ferrari aan. Schumacher won in 2000 zijn eerste wereldtitel voor de Italiaanse renstal, waarna er achtereenvolgens nog eens vier constructeurs- en rijderstitels volgden.
Winnen is alles voor Ferrari en dat de Scuderia daar ver voor gaat, hebben we in het verleden al vaak genoeg gezien. Ferrari was in het verleden vaak onderdeel van controverses, zoals recent in 2007, toen het slachtoffer werd van een spionageschandaal met McLaren, en in 2019, toen het onder één hoedje had gespeeld met de FIA voor wat betreft een vermeend illegale motor. Toch lijkt Ferrari daarmee weg te komen, om een simpele reden; vals spel kon niet worden aangetoond.
Die bijzondere positie van Ferrari is vaker onderwerp van gesprek. Het team uit Maranello maakt aanspraak op extra prijzengeld vanwege haar historische bijdrage aan de sport, zoals ook teams als McLaren en Williams die ontvangen. Ferrari doet daar, uiteraard, niet graag concessies wat betreft dat prijzengeld. Daarnaast werden de onderhandelingen voor een nieuw concordeverdrag bemoeilijkt, omdat Ferrari verreweg de hoogste begroting heeft van alle Formule 1-teams.
De Formule 1 genereert geld dankzij Ferrari en de Ferrari verdient geld en aanzien in de koningsklasse. Ferrari en de Formule 1 hebben een huwelijk met pieken en dalen, maar uiteindelijk kan de Formule 1 niet zonder Ferrari en kan Ferrari niet zonder de Formule 1.
Sinds het eerste wereldkampioenschap, in 1950, neemt Ferrari al deel aan de Formule 1. De successen volgden snel. Al in 1952 en 1953 bezorgde Alberto Ascari, tot op heden de laatste Italiaanse kampioen in de Formule 1, de Scuderia de eerste wereldtitels. Daarna zouden er nog velen volgen. De kampioenschappen bezorgden het team status. Er zijn weinig coureurs die niet voor Ferrari zouden willen rijden. De eer om voor Ferrari te rijden is nog steeds één van de grootsten in de Formule 1.
Die erepositie brengt ook druk met zich mee, zeker wanneer er geen successen worden geboekt. Ook die perioden zijn er in de geschiedenis van Ferrari. Tussen 1964 en 1975 moest Ferrari elf jaar wachten op een nieuwe constructeurs- en coureurstitel en nu wachten de tifosi al twaalf jaar op een nieuw kampioenschap. Maar dat was nog niets vergeleken met de langste periode zonder wk-titel.
Na 1979 moest Ferrari liefst 21 jaar wachten op de volgende, verlossende prijs. Met Michael Schumacher als coureur, Jean Todt als teambaas en Ross Brawn als technisch directeur brak de meest dominante periode van Ferrari aan. Schumacher won in 2000 zijn eerste wereldtitel voor de Italiaanse renstal, waarna er achtereenvolgens nog eens vier constructeurs- en rijderstitels volgden.
Winnen is alles voor Ferrari en dat de Scuderia daar ver voor gaat, hebben we in het verleden al vaak genoeg gezien. Ferrari was in het verleden vaak onderdeel van controverses, zoals recent in 2007, toen het slachtoffer werd van een spionageschandaal met McLaren, en in 2019, toen het onder één hoedje had gespeeld met de FIA voor wat betreft een vermeend illegale motor. Toch lijkt Ferrari daarmee weg te komen, om een simpele reden; vals spel kon niet worden aangetoond.
Die bijzondere positie van Ferrari is vaker onderwerp van gesprek. Het team uit Maranello maakt aanspraak op extra prijzengeld vanwege haar historische bijdrage aan de sport, zoals ook teams als McLaren en Williams die ontvangen. Ferrari doet daar, uiteraard, niet graag concessies wat betreft dat prijzengeld. Daarnaast werden de onderhandelingen voor een nieuw concordeverdrag bemoeilijkt, omdat Ferrari verreweg de hoogste begroting heeft van alle Formule 1-teams.
De Formule 1 genereert geld dankzij Ferrari en de Ferrari verdient geld en aanzien in de koningsklasse. Ferrari en de Formule 1 hebben een huwelijk met pieken en dalen, maar uiteindelijk kan de Formule 1 niet zonder Ferrari en kan Ferrari niet zonder de Formule 1.
